Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van grijzen slingeraap", maar de nadere bepaling ontbreekt. Deze aap heet in het Kénjasch: banget, weshalve de steenen bij de inboorlingen batoe banget worden genoemd. *)

Dr. Vorderman verzekert, dat de meest gewilde apenbezoar komt van Bandjermasin (Z.O. Af deeling van Borneo). en afkomstig is Van groote aapsoorten, zooals de orang oefan en de neusaap. 2)

Omtrent het uiterlijk voorkomen van dezen steen (Lat. Lapis bezoar Simiae, Port. Pedra d' buzio) bericht Rumphius zeer minutieus: „Aan koleur en fatzoen verschilt hij niets van d' ouden, want de meeste zijn mede olijverwig, andere groengeel, zommige ook bruinachtig, gemeenlijk zoo groot als een hazelnoot, andere langwerpig als een stuk van een vinger, alle van schellen over malkander liggende gemaakt, van binnen met een kleine hoiligheit, daarin men iets kafachtigs vindt, hetwelk voor het beste deel van dezen steen word gehouden." 3)

Eén der bovenbedoelde uil Centraal-Borneo stammende steenen

welke zwartgroen van kleur was en min of meer het uiterlijk

had van „een olijf zonder pit" — stond de heer Pimentel af ten behoeve van een physisch en chemisch onderzoek. Als een echte edelsteen werd hij gekliefd. Naar de uiterlijke eigenschappen werd hij geoordeeld waarschijnlijk tot de darmsteenen te behooren. De kern bestond uit vezelachtige producten, waaromheen laagsgewijs een olijfkleurige, als was glanzende, massa zich had afgezet, die telkens dikkere lagen vertoonde van een donkerbruine substantie. De geheele steen was zuiver organisch.

*) Verslagen der Ethnologenbijeenkomsten te Amsterdam 1921—1924, p. 61. Een drietal dezer bezoarsteenen bevindt zich thans in het Volkenkundig Museum v. h. Kol. Instituut te Amsterdam (zie de Borneo-gids na XII v. d. Museum, bewerkt door den Conservator B. M. Goslings, p. 110).

2) Dr. A. G. Vorderman: De Chineesche behandelingswijze van keeldiphtheritis, Geneesk. Tijdschr. v. Ned. Indië, dl. 29, p. 599.

3) G. E. Rumphius, t.a.p., blz. 301. Dr. Vorderman geeft de volgende baschrljving (t.a.p. blz. 599): De concrementen bestaan uit cylindervormige, niervormige of bolronde lichamen, die uiterst glad zijn en slechts op een enkel punt een doffe plek vertoonen, meestal als Indruksel; de kleur is groenachtig grijs. En Hart Everett (t.a.p.): The common monkey-bezoars vary much in colour and shape; I have seen them of the size of large filberts, curiously convoluted and cordate In shape, with a smooth, shining surface of a pale olive-green hue. Mr. A. R. Houghton once showed me one which was an inch and a half long, and shaped like an Indian dub; it was of a dlrty greenish colour, perfectly smooth and cylindrical.

Sluiten