Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdig met het voedsel, tot zich namen. Zulk een indrukwekkend verhaal en de daaraan vastgeknoopte overlevering, dat die steenen in het land, waar zij werden voortgebracht, als onfeilbare, giftwerende middelen werden gebruikt, pasten wonderwel bij het genezingsbeginsel van het „Similia similibus curantur" (gelijk wordt door gelijk genezen), dat in de Westersche landen van Europa reeds een belangrijke rol in de therapie der middeleeuwen vervulde, en het schibboleth vormde vaa een der humoraal-pathologische scholen uit dien tijd. tn

Zóó vonden deze oogenschijnlijk nietige, maar naar de populaire schatting toch miraculeuze voorwerpen, bij hun intrede in dit werelddeel, hun weg dus reeds gebaand, en zóó is dan ook te verklaren, dat hun toepassing aan deze en aan gene zijde van den evenaar principieel dezelfde was.

Zóó kon zelfs een ernstig man als Dr. Van Beverwijck in 1652 nog in gemoede verklaren: „den bezoar en vertoont geen sonderlinge hoedanigheyt, maer werckt alleen uyt sonderlinge ende verborgen eijgenschap tegen vergif en vergiftige beten." 1)

In een wereldbeschouwing, waarbij een op uiterlijke teekenen gegronde simile-verwantschap werd aangenomen tusschen geneesmiddel en kwaal, moest men er vanzelf toe komen in 't bovenbedoelde dierenexperiment een „signatuur", een teeken te zien, dat de bezoar (d.i. het werkzaam bestanddeel der kruiden, waarmede het dier, dat den steen voortbracht, zichzelf cureerde) ook voor den mensch een leveaVconserveerende kracht moest bezitten en hem dus tot een redder en beveiliger moest zijn in den nood.

Na het einde der 17e eeuw ging, met het geloof aan de oude sympathie-middelen, ook dat aan de bezoarsteenen, met hun aanhang, meer en meer verloren.

Dat ook het menigvuldig vervalschen dezer steenen hen op den duur in discrediet moest brengen, ligt voor de hand.

Wèl wordt nog een apotheek-inventaris van 1781 vermeld, waarin een aantal van zulke steenen staan opgeteekend, *)maar dit was slechts een nagalm uit een afgesloten periode. De suggereerende invloed, die van die vreemde voorwerpen eertijdaV^iitging, bleek niet meer bestand tegen hetgeen de ernstige wetenschap aan het licht bracht.

*) Dr. J. van Beverwijck, ta.p., blz. 57. ') Dr. M. A. van Andel, ta.p. blz. 102.

Sluiten