Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter illustratie hiervan tij herinnerd aan de volgende humoreske, die zich onder het eerste Keizerrijk in Frankrijk zakt hebben afgespeeld. De Schah vaa flsrzië had Napoleon, behalve nog andere kostbaarheden, ook eenige bezoarsteenen'ten geschenke gezonden. De Keizer nieuwsgierig, wat voor preciosa deze Zouden zijn, liet een onderzoek naar hun samenstelling doen. Toen hem werd medegedeeld, dat zij niet anders waren dan calculeuze vormingen uit het uro-genitaal apparaat van een paard of rund, wierp hij ze verontwaardigd in het vuur.1)

Is de bezoar in Noord' en West-Europa dus thans geheel van het tooneel verdwenen, in het Mohammedaansche gebied van ons werelddeel schijnt hij zijn ouden roem nog niet geheel te hebben overleefd. Sfern verzekert Ons althans in zijn werk over Turkije, dat deze steen daar te lande voor kort nog overal op de bazar's te koop was. Aangezien aldaar het serveeren van vergiftige koffie, zelfs bij de beste families, volgens hem, nu en daa voorkwam, droeg ieder, die zich aan zulk gevaar blootgesteld achtte, in zijn buidel een donkergrauwen of donkergroenen bezoarsteen met zich mede, om in noodgeiBÉ; daarvan iets te kunnen afschrappen en met water te kunnen innemen. 2)

Verder geldt de bezoar in het Oosten nog heden als een hooggeschat tegenmiddel tegen alle soorten van giften.

§ 10.

Gelijk bekend, worden ook bij de volken van den Indischen Archipel aan verschillende concrementen in dierlijke en plantaardige organismen allerlei uitnemende eigenschappen toegeschreven en met de namen moestika en goeliga aangeduid. 3)

Volgens de gangbare meening worden deze vormingen ook tot de bezoarsteenen gerekend, reden waarom we ook hieraan onze aandacht dienen te geven.

In zijn vermaarde verhandeling over het Aninjisme (1884) schreef

*) M. P. Larousse: Grand dictionnaire universel du XlXe siècle, i.v. bézoard. 2) B. Stern, Medizin, Aberglaube und Geschlechtsleben in der Türkei, dl. I, 1903. p. 210.

*) Moestika (Jav. moesthika, mesthikö, masthika. Mal. moestika, moentika, mantika, mentika, Minangk. moentiko, Atj. moestaka, enz.) is waarschijnlijk ontstaan uit Skr. moektika, of mauktika. <— Goeliga (galigo, geligo, goeligo. Bat. boelige, enz.) uit Skr. goethika, of goelika. Beide Stt.-woorden beteekenen „pare! ", evenals het Mal. Skr. moetija, en moetiara (zie Monier Williams, Sansk. — Engl. Dictionary. i.v.).

Sluiten