Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien hoorn (Corntt Rhinocecotis) een soortgelijken 'invloed toe.1) Op Sumatra wordt hij, nevens den varkensbezoar en andere curiosa der wildernis, tot de op p. 16 genoemde „barang larangan" gerekend. Het waterige schuursel van zoo'n hoorn wordt in onze Oost algemeen tegen slangebeten, alsmede tegen alle plantaardige vergiften toegepast, en dient ook aan levenslustige oudjes als expediënt, om de verloren krachten hunner jeugd terug te geven.

In China worden rhinoceros-hoorns soms tot fraaie bekers bewerkt. Iedere vloeistof, die men daarin Iaat staan, krijgt, naar het algemeen populaire geloof, dezelfde geneeskrachtige eigenschap, die de tot poeder vermalen hoorn zelf bezit, en elk vergift daarin uitgeschonken, wordt daardoor onschadelijk gemaakt. 2) Gelijk bekend, kende ons voorgeslacht deze laatste eigenschap ook aan den éénhoorn toe, waarvoor óf de rhinoceroshoorn of een narwaltand dienst deed.

Aan het gebruik van den rhinoceroshoorn zal de voorstelling wel niet vreemd zijn, dat de kracht, die het levende dier door dien ontzagwekkenden hoorn bezit, ook daarin aanwezig blijft, nadat hij van het lichaam is afgescheiden.

Voor wat zijn toepassing als tegengift betreft, is misschien ook wel te denken aan de opvatting, dat de hoorn, die zelf een naar buiten groeiende kracht bezit, dat vermogen ook zal overdragen op het ingedrongen gift (transmigratie-idee). Deze zienswijze passen de Javanen althans op den rhinoceros-tand toe. Af schrapsel daarvan appliceeren zij bijv. op de plaats van het lichaam, waar een splinter is binnengedrongen. Met dezelfde verwachting drinken zij ook water, waarin een rhinoceros-tand is gelegd, in welk water de levenskracht van den tand en daarmede zijn naar buiten groeiend vermogen heet te zijn overgegaan. Zij passen dit middel ook toe, wanneer een kogel in het lichaam is blijven zitten, of wanneer zij een stukje'been, graat, of iets dergelijks hebbea ingeslikt. 3)

l) N. Lemery, ta.p., blz. 600.

*) Fraai besneden exemplaren van evenbedoelde Chineesche bekers kan men thans nog bewonderen o.a. in het Volkenkundig Museum v. h. Koloniaal Instituut en In het Rijksmuseum te Amsterdam, benevens in het „Wellcome historical medical museum" te Londen. Zie J. C. Lamster in Tijdschr. v. h. Aardrk. Gen., 1930, p. 718 vg. (met duidelijke afbeelding), en Dr. M. A. van Andel in Ned. Tijdschr. voor geneesk., 1914, II, p. 1545 vg.

») Dr. A. C. Kruyt, ta.p. blz. 127.

Sluiten