Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar onder de Toradja's van Midden-Celebes het verhaal gaat van een eilandje, dat bewoond wordt door een groote slang, arae genaamd, „welk dier een kam op den kop draagt", en een parel, die men des nachts kan zién schitteren, 1) is blijkbaar ook een legendarische brilslang bedoeld.

In sommige deelen van Indië (voornamelijk op Ceilon) vindt men het curieuze volksgeloof, dat het mannetje van de Cobra gedurende den nacht gebruik maakt van zekeren lichtenden steen, om haar prooi te lokken en het wijfjesdier tot zich te. trekken. Dr. Kunz, aan wién we deze mededeeling danken, schrijft daarover verder: „This is probably the chlorophane, a variety of fluorite, a substance which shines with a phosphorescent light in the darkness, and this quality quite mysterious in the eyes of the natives, may have induced them to associate the stone with the snake, the epitome of ali subtlety and cunning."

Als men het chloorphaan (e.s.v. vloeispaat) aan de warmte van de hand blootstelt, geeft het een wit licht af, in kokend water een groen licht, en op een gloeiend stuk kool geplaatst, een schitterend emerald-groen licht, dat op grooten afstand zichtbaar is. Zelfs een zeer lichte wrijving veroorzaakt in het duister phosphorescent ie verschijnselen. 2)

In de op p. 44 aangehaalde plaats uit Rumphius wordt van de „opregte" slangensteenen gezegd, dat zij in water gelegd „een straal opgeven en eenige bullekens opwerpen, of als men ze tegen het gehemelte des monts drukt, daaraan zoo vast kleeven, dat men ze qualijk aftrekken kan." In gelijken zin schrijft ook Tavernier vaa de slangensteenen, die hij in Voor-Indië onder de oogen kreeg, en waarvan er ook eenige in zijn bezit kwamen, dat er twee proeven zijn, om ze te keuren. „Le premier est si Ton met la pierre dans la bouche; car alors la pierre estant bonne elle saute & s'attache incontinent au palais. L'autre est, de la mettre dans un verre plein d'eaa &

glans. Ook Rumphius vertelt v. d. Moestika oelar-sawa (sawa, eigenl. sawac — «lang), afkomstig v. e. Pythonsoort, welke deze in 't hoofd zou dragen, „doch zoodanig, dat hij hem afleggen kan, wanneer hij eeten of drinken wil, dan moet men snedig oppassen en den steen wegroven" (t.a.p. blz. 306); een HOorstelling, die we ook in het Voor-Indisch verhaal v. d. Naja Kailoe aantroffen (p. 47 nt 4).

*) Dr. N. Adriani en Dr. A. C. Kruyt in Meded. Ned. Zend. Gen dl 44 1900, p. 158. ïl Dr. G. F. Kunz, t.a.p., blz. 237.

Sluiten