Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleintjes aangezet waren, die ook zomtijds daar af vallen, hetwelk dan bij het gemeene volkje gelooft word, dat de steen baart, en jongen krijgt. Dit zeggen van 't baaren der steenen is geen nieuw, maar een out gevoelen, want Plinius schrijft het zelfs te van zijnen Gemonites en Pheantites, dat die op hunne tijden ook baaren zouden. De mooiste daaronder worden in zilvere ringen gevat. De Inlanders dragen ze om gelukkig te zijn in 't visschen, mossels en schulpen op te zoeken en diergelijke kost uit zee te halen."

Zulk een moestika zou de bezitter niet willen missen, daar hij zich inbeeldt, dat zijn bezittingen zullen aangroeien als dit steentje.

Op blz. 62 van zijn „Rariteitkamer" vertelt hij van een moestika gevonden in een nautilus-schelp „soo groot als een boontje, wit als een stukje alabast doch zeer ongeschikt van figuur, hoekig en met kuiltjes, alsof het van veele stukjes t'zaamen gezet was, niet te min hard blinkende. Een Chineesche vrouw, die het gevonden had, hadde het eenen tijd lang in een doosje alleen bewaart, wel verzekerd, dat er niemand was bij gekomen, en het zelve wederom openende, bevond ze dat het een kleen steentje gebaard hadde, zoo groot als een linze, doch ronder en dikker, ook wit en glad, een tijd lang daar naa noch twee andere steentjes, hebbende de grootte van een mostaard korl, doch het eene was zoo bros, dat men 't met de vinger in stukken kon wrijven. Na dien tijd heeft het groote steentje niet meer gebaard, en men kan niet meer bemerken, waar de gebaarde steentjes gezeten hadden." De vrouw bewaarde den gevonden gelukssteen zorgvuldig, er niet aan twijfelende, dat die haar fortuinlijk zou maken bij het zoeken van mosselen.

Dit geloof aan het „baren" van sommige moestika's, dat men allerwegen in den Indischen Archipel aantreft, herinhert sterk aan dat in „breeding pearls" bij de bewoners van het Maleische Schiereiland. Dezen meenen namelijk, dat paarlen weer andere paarlen kunnen voortbrengen, wanneer men ze in een doos bewaart, waarin tevens eenige korrels kleefrijst zijn gelegd. Na korter of langer tijd zou dan het aantal paarlen vermeerderd zijn. Dennys, wien we deze mededeeling danken, schrijft over dit zonderlinge verschijnsel het volgende: „Without wishing to support any specific theory, I should be inclined to suspect that the pearls produced result from the labours of some insect which existed in the original oyster, and as a foreign irritant body caused the deposition of a pearly secretion; and it may be that this insect exists and breeds in rice undér certain

Sluiten