Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

circumstances, and that the original pearls have very little, or perhaps nothing, to do with the production of new ones." *)

Velen zullen de eenvoudige, meer voor de hand liggende, conjectuur van Rumphius voorloopig wel aannemelijker vinden dan de door Dennys ontwikkelde. De ingesloten rijstkorrels kunnen bedoeld zijn als „voedsel" voor de paarlen; we komen op dit laatste straks terug (zie p. 70).

§ 15.

5°. VERSTEENINGEN ALS MOESTIKA'S.

Hebben we gezien, dat een moestika, tiaar de populaire voorstelling, beschouwd wordt als de quintessens van de het leven gevende kracht van het wezen (dier, plant, of voorwerp), waarin die wordt aangetroffen, en dat men zich die levenskracht kan toeëigenen door zulk een moestika aan den lijve te dragen, ditzelfde kan men ook bereiken door het geheele dier (plant, of voorwerp) tot zich te nemen, wanneer dit tot steen is overgegaan. Op deze theorie berust het gebruik van fossielen als amuletten, dat overal wordt of werd aangetroffen.

In water gelegd, deelen die voorwerpen hun kracht daaraan mede, en wanneer dit water wordt gedronken, krijgt het het karakter van medicijn. Hieruit blijkt wel, dat, bij volken op nederigen trap van beschaving, tusschen amuletten en geneesmiddelen geen wezenlijk onderscheid bestaat. Zoo gaat ook het gebruik van een moestika als amulet en dat als geneesmiddel geregeld in elkaar over. Op p. 35 werd een lijstje van fossielen genoemd, waaraan — nevens een aantal concrementen — in vroeger eeuwen in ons werelddeel de eigenschap werd toegeschreven, dat zij in bepaalde ziektegevallen uitkomst konden brengen. Dergelijke versteeningen worden ook in de „Amboinsche Rariteitenkamer" genoemd, maar daar zijn het amuletten, dienende „om onquetsbaer in den oorlog" te zijn.

Zoo bijv. de moestika hia (R: Cochlites), of versteende slakken en de moestika asoeseng fR: Myites), of versteende plaatkieuwige

*) Dr. N. B. Dennys, Breeding pearls, Journal Straits Branch R.A.S., na I, 1878, p. 31 vg.; zie ook de daarop gevolgde discussie in hetzelfde tijdschrift, na III, 1879. p. 140 vg.

Sluiten