Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„blind" (boeta) en de Javaan spreekt in zoon geval van een klapa boentet, d.i. een gave, ongeschonden klapper.

Doordat de binnenste vruchtschaal van den „blinden klapper" hermetisch gesloten blijft* kan het eerste begin der kieming niet verder tot ontwikkeling komen, en heeft het nauwelijks in wording gekomen zuigworteltje (haustorium) zich onder inwerking van het aanwezige kokoswater met kalkzouten geïncrusteerd. Het blijft echter nog steeds onverklaarbaar, dat de kokosparel (welke men zich dus als een versteend haustorium kan voorstellen) bijna geheel uit «alcium-carbonaat bestaat, terwijl noch het kokosvleesch, noch het kokoswater koolzure kalk bevat.

De aard en het ontstaan van de kokosparel als versteende plantenkiem zou, Volgens Dr. Hunger, wellicht op botanisch gebied , als een analogon zijn op te vatten van een verschijnsel, dat in de menschelijke en dierlijke pathologie bekend is in een versteening of mummificatie van het embryo en resp. als Lithopaedion of Lithoterion wordt aangeduid.1)

Omtrent de practische toepassing dezer phaenomenen licht de schrijver der Amboinsche Rariteitkamer ons aldus in: „De calappussteen wordt onder de voornaamste mesticae gerekentfJjdie men draagt om gezondheit of goed geluk in eenig voornemen te hebben en tot veeje, andere dingen, die de Inlanders door bijgeloof en inbeeldinge hem toeschrijven, als om gelukkig te zijn in koopmanschappen, thuinen te maken, en in den oorlog iemant gezont en onquetsbaar te bewaaren, enz." ,

Anderen gebruiken hem tegen de koorts, door het water te drinken, waarin hij gelegen heeft. Met water op een steen gewre-

*) Dr. F. W. T. Hunger, Over den aard en het ontstaan van de cocospaarl, Verslag afd. Natuurkunde, Kon. Ak. Wetenschappen, dl. 32, 1ste ged., 1923, p. 315 vg. De hierbij behoorende plaat geeft afbeeldingen van de basis v. e. „blinde" kokosnoot, van de holte waarin zich een kokosparel heeft gevormd en van de kokosparel op natuurlijke grootte. In het aangehaalde Handboek van denzelfden auteur vindt men op PI. 67 nog afgebeeld: verschillende soorten van kokospaarlen volgens Rumphius, een kokosparel uit het Museum van het Koloniaal Instituut, benevens een paar afbeeldingen van dames-bijoux, waarin kokospaarlen gevat zijn. Dit werk vermeldt ook de voornaamste litteratuur over kokospaarlen. Daar is nog aan toe te voegen: Dr. H. Breitenstein, Moestika's en Plantenparelen, De Levende Natuur, 21e jaarg., p. 155 vg. (met afb. van plantenpaarlen), en Dr. A. C. Oudemans, Plantenpaarlen, De Natuur, 1922, p. 60 vg.

Sluiten