Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Barons learned this they ordered the men to be beaten to death with clubs. And after their death the stones were extracted from the bodies of all and were greatly prized." 1)

Fra Odorigo van Pordenone, eveneens een Venetiaan, die van 1316—1330 Indië en China bereisde, maakt in zijn in 1330 geboekstaafd reisverhaal gewag van zeker eiland „Thalamasyn" (welke naam nog niet met zekerheid is thuis te brengen), waar een soort van riet („Cassan" = ?) voorkwam, waarin steenen (tabaschir?) werden gevonden. Van deze steenen vertelt hij dan het volgende: „If any man wear one of them upon his person, he can never be hurt or wounded by iron in any shape, and so for the most part the men of that country do wear such stones upon them. And when the» boys are still young they take them and make a little cut in the arm and insert one of these stones, to be a safeguard against any wound by steel. And the little wound thus made in the boys arm is speedily healed by applying to it the powder of a certain fish." 2)

Een derde getuigenis omtrent het voorkomen van dezelfde barbaarsche gewoonte, om onkwetsbaarheid te erlangen, maar nu van een eeuw later en met betrekking tot Java. is dat van Nicolo de Conti, wederom een Venetiaan, die gedurende zijn 25-jarige omzwervingen in het verre Oosten, waarschijnlijk ook tot /ai>a en Sumatra doordrong. In zijn. reismemorie (in ± 1440 uit zijn mond opgeteekend) vindt men vermeld, dat op Java voor het aangegeven doel gebruikt werden stukjes ijzer, gevonden in het binnenste van zeldzaam voorkomende boomen. Blijkbaar is hier dus een moestika bedoeld. 3)

Ook door reizigers der 16e en 17e eeuw wordt over het hier bedoelde gebruik telkens gesproken. Vooral in de Indo-Chineesche landen (Birma, Stam, Sjan, enz.) was het van oude tijden her gewoonte, dat krijgslieden stukjes metaal in de huid aanbrachten, als middel om de eigenschap der onkwetsbaarheid deelachtig te

x) The book of Ser Marco Polo, transl. and ed. by H. Yule, thlrd ed. by H. Cordier. ü, 1903, p. 259 vg.

2) Cathay and the way thither, transl. and ed. by H. Yule, New. ed. by H. Cordier, II, 1913 (HakluyMiitgave, Sec. Series, No. 33), p. 160 vg. Vgl. ook de conjectuur aangaande den naam Thalamasyn door Dr. G. P. Rouffaer in het art. „Tochten", in de Ene. v. N.I., 1ste ed., dl. 4, 1905, p. 375 en 380.

3) R. H. Major, India in the 15th century, II, 1857 (Hakluyt-uitgave, No 22), p. 32.

Sluiten