Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenskracht, aan die opvatting hun reputatie van krachtsbronnen en zieledragers te danken hebben. Ditzelfde geldt ook voor dc oelawoe's. Zoo zegt men op Zuid-Celebes van iemand, die zeer oud is, bijv. „hij heeft een oelawoe in zijn binnenste" (makoelawoe-ni) .nEn dat dit gezegde niet slechte overdrachtelijk bedoeld is, blijkt hieruit, dat men bij den dood van zoo iemand zijn oelawoe tracht op te vangen.1) Hoe dit geschiedt wordt echter niet vermeld. Algemeen is bet geloof in Midden Celebes, dat een dapper mensch, al is hij nog zoo nietig van gestalte, zeer zwaar van gewicht moet zijn, en dat die zwaarte wordt veroorzaakt door een kilowoe, dien hij in hefcdichaam heeft. 2)

Kooreman karakteriseert deze wonderproducten aldus: „Ieder inlander bezit één of meer koelaoe's, en draagt die altijd bij zich. Naar de plaats, waar ze gevonden werden, beschouwt men ze als geneesmiddel, voorbehoedmiddel tegen ziekte of ongeluk, een 'eeken van aanstaand geluk. Ook zijn et koelaoe's, dfé dW>ezitters onkwetsbaar maken, soms voor alle wapens, soms alleen voor de lans, de kris, of het geweer. Andere behoeden de zeelui voor verdrinken, de hertenjagers tegen het vallen van hun paard, en bezorgen den visscher een goede vangst, den handelaar winst, zelfs den dief een goeden buit." s)

Maar als dezelfde auteur zich aldus uitlaat: „onder koelaoe verstaat men een steen, of steenachtig voorwerp gevonden in de maag of ingewanden van dieren, als visschen, vogels karbouwen, enz., soms van menschen, enz.", dan komt het ons voor, dat hij, evenals zoovele andere schrijvers, die ons over deze vaak raadselachtige voorwerpen hebben ingelicht, door de vooropgezette gedachte aan bezoarsteenen, bun werkelijken aard hebben miskend.

Uit de voorgaande bladzijden kan ons voldoende gebleken zijn, dat al deze voor de volkenkunde van onzen Archipel zoo belangrijke, maar nog zoo weinig gekende, curiosa, kortgezegd, niet anders zijn dan, harde objecten, waar ook gevonden, die, hetzij om hun voorkomen, hetzij om de eigenaardige omstandigheden, waaronder zij worden gevonden, sterk tot de verbeelding spreken, en dus als amuletten, d.w.z. als gelukaanbrengende en onheilwerende dingen worden beschouwd.

1) Dr. B. F. Matthes, Boegineesch-Holl. Wdbk., 1874, i.v. oelawoe.

2) Dr. A. C. Kruyt, ta.p., blz. 203.

*) P. J. Kooreman, De feitelijke toestand in het Gouvernementsgebied van Celebes en Onderhoorigheden, Ind. Gids, 1883, I, p. 182.

Sluiten