Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover jou. Dat je zult zien en kunnen feooren. Dat je den Seider zult kunnen meevieren als in de oude dagen. En aan je verplichtingen voldoen. Want je weet het, wat geschreven staat: „Drie zijn des menschen verplichtingen, om aan te voldoen, in den nacht van den Uittocht te spreken: over het bittere, over bet offer, en over het ongezuurde brood." (Hg bukt zich dieper, stem angstig). Je slaapt toch niet. . . je bent toch wel wakker, Sara? De dokter die zei me van morgen. . . hij zei, ik zou den Seider niet geven met jou, bij jou, hier in de kamer. . . hij zei dat je te zwak was, dat het je te veel opwinden zou. . . je hart is aangedaan . . . maar ik kon het niet, het is ondenkbaar. . . een Seideravond zonder Seider, zonder dat men wijn drinkt, zonder dat men het ongezuurde brood breekt. . . (stem angstig) Had ik toch gemoeten ? Heb ik . . . verkeerd gedaan . . . ben je waarachtig te zwak, Sara? (bukt het hoofd dieper, luistert even, stem verlucht). Dat dacht ik wel dat wist ik wel. Een Joodsche vrouw kan niet zoo ziek zijn, dat zij den Seider niet zou willen hooren. Kom 'k ga klaar zetten, (bij de tafel, neemt het kleed er af, vouwt het onhandig op, gebaar naar de bedstee). Bemoei jij je 'r nou niet mee, zoo opgevouwen, of zoo opgevouwen, allemaal eender. Ja . . . ja . . . ja, 'k weet 't wel, 't is het kleed van de kinderen, 't Kleed dat ze ons gegeven hebben met onze koperen bruiloft. De kinderen zijn weg en 't kleed is er nog. (hangt het over een stoel, beschouwt het, stem zacht voor zich heen). De kamer hadden ze met bloemen versierd ... en ze stonden met z'n vieren in een rij en ze zongen het BoroegHabo toen ze binnen kwamen, (bitter, luid) : „Gezegend zij hij, die binnen'komt. . ." Wij zijn ge-

Sluiten