Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn mond (hij gaat naar de kast, neemt een blad, een wit servet, drie Paaschbrooden, terwijl mompelend) Wij hebben vier kinderen in leven ... en geen een komt er meer in zijn ouders huis om den Seider te vieren . . . (bij de tafel, moeizaam doende met het servet) Dat is lastig werk . . . daar heb je vrouwenvingers bij noodig. Verleden jaar heb jij het nog voor me gedaan. Loopen kon je toen al niet meer. Je zat in den leuningstoel, ik heb de boel klaar gezet, maar jij hebt het servet nog gevouwen. (Hij neeemt voorzichtig de drie Paaschbrooden, schuift ze een voor een tusschen de plooien van het servet, plaatst daarop het blad en schuift het geheel naar het midden van de tafel, wrikt er even aan met de vingers). Nou, moeder hoe lijkt het je? Zoo moet het maar. 't Lijkt nog al stevig (rechtstreeks naar de bedstee) Hoe red ik me ? (valsch vroolijk) Zie je nou wel dat ik niemand noodig heb? . . . dat ik ze allemaal missen kan? (hij gaat naar het bed, bukt zich, teedere stem). Hoor je me ... je mag me nooit alleen laten. Als je van me weggaat, dan blijf ik hier niet, dan ga ik zwerven zoo oud als ik ben, dan ga ik met hafdolo-kaarsen en arbangkanfous . . . (ruw schertsend) Nee dat doe ik niet, die koopen de menschen niet meer . . . dan moeten zij mij maar brood geven, die ik in mijn leven brood gegeven heb, dan zal ik tot het eind van mijn dagen te eten hebben. Om zijn vader had mijn zoon Daniël geen socialist hoeven worden . . . om mij had-ie zich niet hoeven laten wegjagen van het seminarium, omdat ie avond aan avond op socialisten-vergaderingen zat. . . Wegjagen. . . wegjagen. . . alles zou ik kunnen vergeten. . . overal zou ik overheen kunnen raken . . . maar dat vergeet ik nooit . . . daar raak ik nooit over heen. Een

Sluiten