Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zit hij in de comedie . . . (driftig) Hirsch heeft hem zien eten ... op Rousj Hasjono heeft hij hem gezien met z'n vrouw in een restauratie, openlijk . . . voor iedereen te kijk. Meier, die heeft ze op Sjabbes in de tram zien stappen ... ze zijn rijk ... ze hebben centen . . . z'n vrouw draagt zijden japonnen . . . Josef had een fijn pak aan . . . (zeer smartelijk) Josef die weet niet meer, dat het Seideravond was en dat hij een ouden vader en een zieke moeder heeft . . . (rukt nog een stoel bij de tafel) Daar, nog een stoel, een stoel voor Essie . . . Essie zat daar, vlak naast mij. Weet je nog wel waarom? Op haar toekijken moest ik, voortdurend, dat ze geen boekjes zou lezen terwijl ik den Seider gaf . . . dat ze Josef niet aan 't lachen maakte, dat ze het bitterkruid niet wegmoffelde onder de tafel, 't duurde een half uur, voordat ze dat kleine brokje bitter op had . . . zoo'n klein brokje bitterheid . . . 't brok dat ze ons te slikken geeft, is grooter ... en harder ... en bitterder . . . (snel naar het bed) Huil jij nu weer, Sara? Och moedertje, moedertje, ik doe je zoo veel verdriet. Maar ik kan het niet helpen. Op dezen avond mis ik ze zoo, allemaal. Ook haar mis ik, Essie, al is ze nooit goed voor ons geweest... je weet 't wel, moeder, ze schaamde zich voor ons. (stilte) Ze was mooi ... ze was een mooi meisje ... ze trouwde den eersten besten Christen die haar vroeg. Ze heeft ons afgesneden en verloochend. Toch mis ik haar. Roosje mis ik ook. Ze was zoo dom en zoo bang . . . wie weet hoe bang ze voor dien man is . . . wie weet hoe 'n slecht leven ze bij hem heeft. Voor haar hoeft m'n deur niet open te blijven ... ze komt niet weer terug ... ze durft niet weer terug te komen . . . (peinzend) Als ik over Roosje nadenk, dan kan ik van haar alles be-

Sluiten