Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Na in vijf voorafgaande boekjes een overzicht te hebben gegeven, vooreerst van de oude boerderijen aan den Dordtschestraatweg te Rotterdam; ten tweede van de merkwaardige oude bouwwerken aan het Jaagpad van Overschie naar Delft; ten derde van Kralingen en 's Gravenweg en van de aan dien weg gelegen oude merkwaardige buitenhuizen en boerenhofsteden; ten vierde van het voormalige Charlois en Katendrecht en van het verdwijnende landelijk schoon in en om den Charloisschen polder te Rotterdam; en ten slotte van Oostelijk Rotterdam, Kralingscheveer en Capelle aan den IJsel met verdwenen en nog bestaande merkwaardigheden aan Schieland's Hoogen Zeedijk, wil ik nu in dit zesde boekje een gedeelte van het mooie en vruchtbare eiland IJselmonde bespreken, dat stellig evenzeer de moeite waard is, nader bekend te worden gemaakt, te meer daar in de toekomst Rotterdam aldaar groote belangen, noodig voor zijn welvaart, onder de oogen zal hebben te zien.

Dit gedeelte van het eiland, ten westen van het op den Linker-Maasoever tot Rotterdam behoorende gebied gelegen, omvat de gemeenten Pernis, Hoogvliet, Poortugaal en Rhoon, benevens de gehuchten de Heij en Rhoonscheveer, die respectievelijk onder Pernis en Rhoon ressorteeren.

In Februari 1923 nam de Raad van Rotterdam het besluit om de onteigening van de terreinen op den Linker-Maasoever tusschen de Waalhaven en de Botlek, welke noodig was voor de toekomstige uitvoering van het ontworpen z.g. havenplan Pernis, definitief door te zetten. Door dit besluit zou Rotterdam een uitgestrektheid van 1465 H.A. in eigendom verkrijgen, waarop in komende tijden weer omvangrijke havenwerken zouden kunnen worden gesticht en toegevoegd aan het bestaande complex der gemeentehjke haveninrichtingen.

Het meerendeel van de verlangde terreinen ging in den loop van het jaar 1924 in eigendom aan de gemeente Rotterdam over. Op 13 September 1927 werd door Burgemeester en Wethouders van Rotterdam een voorstel bij den Gemeenteraad aanhangig gemaakt tot grensverruiming der

Sluiten