Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het open gedeelte van den binnenhof, welke muren op de hoeken geflankeerd waren door wachttorentjes, waarvan die. welke aan het hoofdgebouw grensden, hooger opgingen dan de anderen. De groote slottuin zal vermoedelijk aan de achterzijde van dit machtige gebouw gelegen hebben.

Zooals in den loop der tijden de tol bij Geervliet in beteekenis sterk verminderde, ging ook Geervliet langzamerhand achteruit, vooral toen de heeren van Putten en Strijen niet meer in „Het Hof" resideerden. In 1743 werd Geervliet door een hevigen brand geteisterd, doch weer gedeeltelijk herbouwd. Van het Hof van Putten werd in 1812 de inventaris publiek verkocht en in 1819 volgde het gebouwencomplex. Kooper werd de rentmeester der heerlijkheid Abbenbroek, na wiens dood het geheel met den grond gelijk werd gemaakt.

Het gedeelte waarover nu verder in dit boekje gesproken zal worden, werd vroeger, zooals reeds vermeld is, aangeduid met Putten over de Maze of ook wel het Overmaassche.

Het bevatte toen de heerlijkheden en gemeenten Pernis, 's Gravenambacht en Lange Bakkersoord; de heerlijkheden en gemeenten Hoogvliet en Lokhorsterland (Oud- en Nieuw Engeland); de heerlijkheden en gemeenten Poortugaal en Albrandswaard met de Kyvelanden en de hooge heerlijkheden en gemeenten Rhoon en Pendrecht.

De heerlijkheden en de gemeenten Katendrecht en Charlois lagen in de vroegere Riederwaard, doch maakten deel uit van de heerlijkheid Putten. In crimineele zaken moesten de bewoners eventueel te recht staan te Geervliet. De heerlijkheid van Katendrecht was in die tijden het uiterste rechtsgebied onder de Hooge Vierschaar van het land van Putten.

Sedert lang is de naam van Putten over de Maze vervallen en behoort dat gedeelte nu tot het eiland IJselmonde, terwijl Putten met Voorne thans een geheel vormt.

Sluiten