Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thische type vertoont, was ouder dan het gesloopte kerkgebouw en dateert vermoedeHjk uit de 13e eeuw.

Hij zal in de eerste jaren wel aan een lager en kleiner kerkje hebben gelegen, dat beter paste bij den toren, dan de later aangebouwde kerken van 1428 en 1926.

Deze toren bleef gelukkig eveneens onbepleisterd; hy is een voorbeeld van eenvoudigen baksteenbouw met bescheiden toepassing van natuursteen. Hij is in twee door een cordonband gescheiden verdiepingen ingedeeld. In de onderste bevindt zich alleen de door dubbele deuren voorziene hoofdingang, gedekt door een vlakken boog en gelegen tusschen twee lage overhoeks geplaatste steunbeer en. Boven den hoofdingang bevindt zich een rond luchtgat, dat in een spitsboogvormige nis is aangebracht. De tweede verdieping is in het iets terugspringend gevelvlak voorzien van blindbogen, vermoedelijk dichtgemetselde galmgaten, waarboven een rondboogfriesje, dat in de opgaande hoekverzwaringen eindigt. Een lage met leien bedekte vierkantige spits, waarin galmgaten voor de luidklok zijn aangebracht, alsmede een gesmeed ijzeren finale met windvaan bekroont dezen eenvoudigen aantrekkelijken toren.

In de torensnits hangt een oude luidklok met het opschrift: V.O.C. — D. 1672.

Het inwendige der oude kerk was eenvoudig, het had een houten tongewelf met zware trekbalken zonder karbeels. Door de veel later aangebrachte galerijen was het interieur er niet op verbeterd, het was zeer onrustig en onevenwichtig geworden.

Men vond er verder een geverfden eikenhouten preekstoel met koperen lezenaar en drie koperen kaarsenkronen uit de 18e eeuw, die niet slecht van vorm waren. Verder waren er eenige oude bewerkte grafzerken, waaronder met den naam en het wapen van de families Verheul, Onchors en Zeeghers, die erg beschadigd waren.

In het gedeelte van 1783 en in dat van 1824 waren hardsteenen gedenksteenen geplaatst, welke na de slooping van het oude kerkgebouw weer in het nieuwe zijn ingemetseld.

De eerste steen vermeldt het feit, dat Ary Verheul uit liefde voor de kerk de nieuwe consistorie schonk en de tweede, dat door mejuffrouw Van Dam de verbouwing voor de vergrooting der kerk werd bekostigd.

Sluiten