Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stee" genaamd. (Afb. 8). Gelegen aan de binnenzijde van den dijk en daarvan door een voorerf gescheiden, trekt zij vooral de aandacht door haar groote, hooge, naast het woonhuis gelegen steenen schuur, die het geheel wel wat te veel beheerscht. In 1808 is de oude schuur, die beter bij het karakter van het woonhuis zal gepast hebben, afgebrand en door dit hooge gevaarte vervangen, dat bovendien met den voorgevel in de richting van den dijk is geplaatst wat vroeger juist niet het geval is geweest. Door deze wijziging heeft de hofstede een ander cachet gekregen, te meer daar het woonhuis eertijds als dwarshuis tegen de oude schuur was aangebouwd. Op zichzelf is het woonhuis wel aantrekkelijk; de gevels, hoewel eenvoudig, zijn zuiver van verhouding en bezitten goede details. Zij zijn opgetrokken van grijs-gele IJselsteen met een donker grijs plint aan de onderzijde en hebben eene harmonische deur- en vensterindeeling. De voorgevel van het woonhuis, welke evenwijdig met den dijk loopt, gaat als steile puntgevel omhoog en eindigt in een zwaren schoorsteen. Boven het zoldervenster is in het metselwerk het stichtingsjaar „1727" heel duidelijk in lichtere steensoort aangebracht. Het fraaie zadeldak met grijs bemost riet afgedekt, heeft aan de schuurzijde, aan den voet van het dak, een eenvoudig topgeveltje, dat een aardige dakcombinatie geeft, waarbij het groote dak van de vroegere oude schuur vrij zeker zal hebben aangesloten. Het gekalkte topgevelmuurwerk wijst er op, dat het eertijds een binnenmuur moet zijn geweest, wat ook te zien is aan steensoort en bewerking.

De massale schuur is wat uiterlijk betreft minder aantrekkelijk, doch door zijn groote afmetingen uiterst geschikt voor hare bestemming. Twee groote vierdeelige deuren geven toegang tot den inrit, waaraan de tassen voor berging van hooi en koren, alsmede de stallen, grenzen.

Het inwendige van de hofstede is niet belangrijk en datgene, wat nog iets beteekende, is door verbouwing verminkt of gedeeltelijk verwijderd.

Het groote erf, dat gedeeltelijk met vruchtboomen en hoog opgaande wilgen is beplant, wordt omgeven door een moestuin, een boomgaard en uitgestrekte bouw- en weilanden, en vormt met de boerderij als centrum, een kleurig geheel. De hofstede waar een gemengd bedrijf wordt uitgeoefend, wordt bewoond door den pachter W. Groeneveld.

Sluiten