Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tocht in noord-oostelijke richting langs den Oostdorpscheweg, waaraan de kerk ligt. Op korten afstand sluit deze polderweg aan op den Slotschedijk, een ouden rivierdijk, die waarlijk mooi met iepeboomen is beplant. Daar waar deze dijk zich met een rechten hoek naar het noorden ombuigt, ligt het Valkensteinscheblok, een door vier wegen afgesloten terrein, waar eertijds het beroemde slot „Valckesteyn" gelegen was. (Afb. 26).

Voor eenige jaren was er nog iets van de overblijfselen van het slot, dat in 1826—1828 is gesloopt, te zien. Midden in het weiland groeiden biezen en riet, wat duidde op plassen als overblijfselen van de oude slotgracht, die om het slot gegraven was. Thans is ook dit niet meer waar te nemen, daar deze poelen met grond zijn aangevuld. Het stuk grond dat door de grachten omsloten was, en dat de juiste plaats van het slot is, geeft nog eenige terreinverhooging te zien, waarin vermoedelijk nog oude fundamenten van het eertijds zoo machtige slot verborgen liggen.

Valckesteijn, dat een allodiaal goed was, is volgens overlevering in het begin der 14e eeuw gesticht door een ouderen tak van het geslacht der machtige heeren van Putten, en vertoonde vrijwel dezelfde bouworde als het slot te Geervliet, dat vermoedelijk iets ouder zal zijn geweest.

De hiernevensgaande afbeelding is gemaakt naar een 18e eeuwsche kopergravure, voorkomend in „Het verheerlijkt Nederland" van Isaac Tirion — 1757. Zij geeft evenals het afgebeelde slot te Geervliet (Afb. 1) den bouwstijl te zien van het einde der 16e, begin 17e eeuw. Het in de 14e eeuw gestichte slot zal er zeker robuster en krachtiger uitgezien hebben, want het stond door zijn zware, dikke muren, als een onneembare sterkte bekend. Het heeft dan ook verschillende belegeringen doorstaan, vooral ten tijde van de Hoeksche en Kabeljauwsche twisten.

Later, in rustiger tijden, zal het meer dan eens verbouwd en opgeknapt zijn, voornamelijk in het genre, zooals Tirion het afbeeldde.

Het slot had toen aan de oostzijde twee zware ronde wachttorens, waarvan de links gelegene door middel van een lager zijgebouw verbinding had met het hooge hoofdgebouw, waaruit een vierkantig klokketorentje omhoog ging. De rechter toren had door middel van een lageren doorgang of galerij langs de zware afsluitmuren, verbinding met het hoofdgebouw en het zijgebouw.

Sluiten