Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de omgeving waar nu de tegenwoordige R.K. kerk staat, een onaanzienlijk houten gebouw met torentje, een z.g. schuurkerk, die evenals de kerk waaruit de katholieken tijdens de reformatie waren verdreven, aan den H. Willebrordus was gewijd.

Rondom deze houten schuurkerk kwamen zich langzamerhand verschillende katholieke gezinnen vestigen, waardoor het Rhoonscheveer, dat nu met het dorp Rhoon aanéén is gebouwd, in den loop der tijden uitgroeide tot een flink gehucht.

In het begin der 19e eeuw is voor deze schuurkerk een steenen gebouw in de plaats gekomen, een z.g. waterstaatskerk, die, evenals zoovele andere R.K. kerken, in het tijdsbestek van 1800—1870 hier te lande met Rijkssteun werden gebouwd. Deze kerken die van Regeeringswege grootendeels onder leiding van ingenieurs van den Waterstaat, van de Spoorwegen, en officieren van de Genie werden gebouwd, vertoonen een saaie, dorre architectuur, welke men ook kan waarnemen bij de in dien tijd gebouwde kazernes, hoogere burgerscholen, stations en dergelijke bouwwerken. Het zijn alle producten die uit de vervalperiode der bouwkunst van de grootste helft der 19e eeuw dateeren.

De z.g. waterstaatskerk te Rhoonscheveer is dan ook gesloopt om plaats te maken voor het tegenwoordige kerkgebouw met pastorie, dat in 1896 is gesticht. Dit eenschepige kerkje, dat door een aardig torentje wordt bekroond en een flinke woning voor den pastoor bezit, is gebouwd door wijlen den architect A. C. Bleijs uit Amsterdam.

Het geheel, dat door een ruim voorplein van den weg is afgesloten, is eenvoudig doch goed van architectuur en past in de omgeving. Tegen den oostelijken zijgevel van dit kerkje staan twee hardsteenen zerken, waarvan de kleinste een grafzerk is, die tot opschrift heeft: „Begraefplaets van de Hoogadellijke Geslaghten Van Gryph van Valkenstein en Van der Duijn, vernieuwd door den Hoogedelgeboren Heer Jonkheer Cornelus Alardus Oem, Heer van Sandelingen-Ambacht enz. enz. in 't jaar 1770."

Vermoedelijk hebben de geslachten Van Gryph van Valkenstein en Van der Duijn, die aan dat van Oem vermaagschapt waren, by de eerste schuurkerk een begraafplaats — een grafkelder — bezeten, die voor het bouwen der grootere waterstaatskerk is gesloopt. Bij het stichten der tegenwoordige kerk zijn de twee zerken in den grond ge-

Sluiten