Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graaf van Portland en vertrouweling van prins Willem III.

Tot 1830 bleef de heerlijkheid in het geslacht Bentinck en is toen by verkoop overgegaan aan den bekenden, voornamen Rotterdamschen koopman Anthony van Hoboken.

De in 1913 overleden Edward van Hoboken was de laatste, die den titel van heer van Rhoon en Pendrecht voerde. De uitgestrekte tot deze heerlijkheid behoorende bezittingen, zijn nu onverdeeld goed van de N.V. Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen „Rhoon, Pendrecht en Cortgene" en worden beheerd door den heer J. van Hoboken Azn. te Rotterdam.

Het kasteel, zooals het zich thans voordoet, is reeds sinds langen tijd geen verblijfplaats meer van een der bezitters van de heerlijkheid; slechts een huisbewaarder bewoont een gedeelte van het kasteel, dat aan de achterzijde op de slotgracht uitziet.

Het gebouw bestaat feitelijk uit drie naast elkander liggende vleugels, waarvan de derde breeder is dan de twee eerste.

Iedere vleugel wordt door een eigen hoog zadeldak afgedekt, welke, volgens ouderwetsche gewoonte en constructie, onderling door een zakgoot zijn gescheiden. Aan de achterzijde van het gebouw zijn enkele ondergeschikte vrijstaande dienstgebouwtjes binnen de slotgracht bijgebouwd.

De gevels van het kasteel, welke een zeer eenvoudige, rustige raamverdeeling bezitten, die in harmonie is met het geheel, eindigen aan de voorzijde in drie puntgevels, waarvan de twee eerste aan de binnenzijde gedeeltelijk zijn dichtgebouwd, om het opgaande achtkantige, slanke torentje te dragen, dat gedeeltelijk buiten den voorgevel uitspringt en, ver boven de puntgevels oprijzende, door een fijne torenspits wordt bekroond, welke eindigt in een gesmede windvaan. Een dergelijk torentje is ook te zien aan den noordelijken gevel van het kasteel, die evenwijdig loopt met de Kerklaan.

De gevels zyn, ongetwijfeld doordat zij ten gevolge van de vele verbouwingen nogal in kleur van het gebruikte materiaal gingen verschillen, over de baksteen wit gekalkt — wat bij landelijke bouwwerken meermalen is toegepast — waarbij het plint zwart is gehouden. Het geheel maakt met zijn pannenbedekking, zyn witten toon waartegen de steenlagen zoo typisch afsteken, een alleraangenaamsten indruk,

Sluiten