Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De met groote zorg behandelde toren, die tegen het eenvoudige kerkgebouw is aangebouwd en daarmede een onwrikbaar geheel uitmaakt, is aanmerkelijk hooger en verheft zich ver boven het kerkdak. Hij bestaat uit vier door waterlijsten gescheiden verdiepingen, waarvan de twee onderste door overhoeks geplaatste steunbeeren geschraagd worden, waaruit verder de vlakke hoekverzwaringen der torenmuren voor de twee bovenste verdiepingen opgaan.

De hoofdingang tot het kerkruim, die in den toren is gelegen, bestaat uit een met een segmentboog afgesloten poortje, dat omlijst wordt door een hooger opgaanden geprofileerden spitsboog. Het hoogveld dat tusschen segmentboog en spitsboog ontstond, is door een klein nisje gevuld.

Het geheel dat met toepassing van natuursteen is uitgevoerd, vormt een monumentalen toegang tot de kerk.

In de tweede verdieping is een vrij groot spitsboogvenster, dat door gemetselde traceeringen onderverdeeld en van glas in lood is voorzien. Onder dit groote venster ziet men een kleiner venster, dat voor de verlichting van den luidzolder dient.

De derde verdieping bevat twee ondiepe nissen, die door spitsbogen, rustende op de muurverzwaringen en op een middenpilaster, worden afgesloten, terwijl de bovenste verdieping onder de torenspits op dezelfde wijze is afgesloten door een rondboogfriesje. Onder dit rondboogfriesje zijn de door een gemetseld kolommetje gescheiden gekoppelde galmgaten, waarin de houten galmborden zijn aangebracht, terwijl daaronder slechts aan twee zijden van den toren de wijzerplaten van het uurwerk voorkomen.

De toren, die evenals de kerk hoogstwaarschijnlijk gesticht zal zijn kort na den St. Elizabethsvloed van 1421, en sporadisch nog een vermenging van Romaansche met de overigens vroeg Gothische motieven vertoont, wordt afgedekt door een achtkantige met leien bekleede hooge spits, welke als grondvlak het vierkant van den toren heeft, en van boven overgaat in een fraaie gesmeed ijzeren finale met torenhaantje als windvaan.

De aan den toren aansluitende kerk, die uit een langwerpig schip bestaat, ligt met het diepe koor naar het oosten en is dus georiënteerd. Zij is met een groot leien zadeldak bedekt en wordt aan de zijkanten geschraagd door stevige conterforten, waartusschen hooge spitsboogvensters zijn aangebracht, die hunne oorspronkelijke traceeringen missen.

Sluiten