Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GE NNEP

KUNO.

Wat wil die fabel op den weg naar Vreden?

NORBERT.

Een vuren halte op den weg der zonden. Een eindstreep aan de grenzen van het kwaad; — En dat daar één zijn leven heeft hervonden ■— Meer weet ik niet — en dat die vóór u staat, Om barrevoets den naakten God te zoeken!

KUNO.

Zoon, zulks is schoon en staat in wijze boeken, Maar zoek Hem dan, waar Hij zich vinden laat: En houd een open oog voor de gevaren Van een, die eenzaam en nog onervaren — Misschien misleid, een smal steil pad opgaat..,

AANKLAGER.

En daar hij nergens dan in eigen zonden Wellicht de spil vindt van zijn ommekeer, Gaat hij, een edelman en zwierig heer. Rijker als één aan goederen en gronden. Aan ambten, beneficies en aan pracht Gelijk een arme en draagt een schapenvacht: Een schande voor zijn staat en voor ons Koor Van edele kanunniken en vrome heeren.

NORBERT.

Toen ik als and'ren ging in zijden kleeren En vurig zocht, wat wereldsch was aldoor Toen 'k jaren lang, èn staat — èn plicht vergeten, Bij weelde en lust het hoogste Goed verloor Viel geen mij lastig dan slechts mijn geweten, Dat nimmer sliep en vond in mij niets goeds;

Sluiten