Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN P E LGRIM OP AARDE

Maar nu ik arm, ontdaan en barrevoets

In steê van lust den armen Christus jaag

En om uw zorgen nóch uw weerzin vraag,

Valt gij mij aan om kleed en levenswijs.

Ben ik niet vrij als toen om lust en spijs

Te vinden waar ik, de angstigen ten spijt.

Een open weg vond tot de eeuwigheid ...?

En wilt ge een diep're reden: vraagt den Geest

Die, wat hij eens vermorzelt, eens geneest.

Waarom zijn kracht mijn geest gansch heeft gebroken

En mij, ontmaskerd, in dit kleed gestoken,

Nog biedt een laatste, allerschoonste kans..

Hardlooper naar het heil en renner om den krans!

KUNO.

Uw stem klinkt kloek! Zal niet uw wil versagen Die veelal zwakker is dan vleesch en bloed?

NORBERT. In Siegeburg zat ik aan Conons voet Die, in de geestelijke wapenkunst beslagen, Mij met een kruis, een doodshoofd en een boek Eens prijs gaf aan den strijd.

AANKLAGER. En aan den vloek Van allen: Abten, prinsen en prelaten En mind'ren, die ge —■ op wiens gezag? — verwaten. Met woorden hoont en felle striemen slaat...

NORBERT.

Om bestwil en de Christenheid ten baat

Heb ik, uit groote liefde, dus gesproken

En zonder aanziens des persoons gewroken

Het kwaad, in welken vorm 't mij ook verscheen.

Sluiten