Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

AANKLAGER.

Die zonder zonden is werp de' eersten steen. Die eerst in zich den dood heeft overwonnen En niet als gij, uit hoovaardij, bezonnen Den baren wolf speelt in een schapenvel!

NORBERT.

Sprak ik onwaarheid: spreekt! doch sprak ik wél Wat hoont ge mij?

AANKLAGER.

Gij hebt geen recht tot spreken. Daar in uzelf en welhaast dertig jaar Dezelfde zonden en de zielsgebreken Zijn meer dan in ons allen openbaar.

ANDERE AANKLAGER. Ziet! die ons om wat ambts- en erfgoed smaadde Leidt tot in deze stad en zelfs in deze straat Zijn lastdier aan met geld en goed beladen ...

NORBERT.

Weet gij tot wie mijn dier gezadeld staat?

KUNO.

Mijn zoon, het staat u vrij barvoets te loopen En geld en goed den armen te verkoopen Om eenen schat, die roest noch worm verteert; Lofwaardig is, die 't hoogste Goed begeert En weet te offeren voor idealen; Maar wijs ook is 't, zijn broeder niet te smalen En heilzaam, daar hij alles niet bevat... Niet ieder is geroepen tot den schat En van de velen, die de roepstem hooren, Zijn velen doof en weinigen verkoren.

Sluiten