Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

En, door zijn liefde mateloos bewogen, Is Hij mijn diepste zin en een'ge grond, Mijn hartslag en het dieplicht van mijn oogen.

AANKLAGER. Hij lastert God in eenen adem door!

KUNO.

Vergis u niet, want dit zijn groote zaken! Reeds menigeen ging u halsstarrig voor Het aanschijn onzer aarde te hermaken. Die, buiten alle wet en lichtend baken. Zich in een mist van dwalingen verloor; Niet uit Charisma's, maar uit Sacramenten Bloeit voor het Godsrijk, èls het bloeien gaat, Het nieuwe leven en de nieuwe lente Alsook voor elk een meer volkomen staat!

NORBERT.

Wee mij! Wee mij! als ik niet zal verkonden! Dit is mijn zending en geheel mijn zin, Daartoe ben ik gebroken en ontbonden, Want door den Geest heb ik voorgoed gevonden Mijn wereldsch einde in een nieuw begin —• Alsook in elk verlies het schoonst gewinl

KUNO.

Het Godsrijk vormt een mateloos totaal

En van één lichaam zijn wij ledematen

Elk heeft zijn functie: prinsen en prelaten

En minderen en minsten, allemaal...

Doch 't hoofd alleen kreeg wijsheid, stem en taal:

De macht tot leiden en het recht van spreken,

Het hoofd en niet de hand is principaal

Sluiten