Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGR IM OP AARDE

Uw liefde was wel dwaas en groot Dat gij voor hem woudt sterven Den slechten man, die door uw dood Het leven mocht verwerven. Volkomen God, volkomen Goed, Hoe schoon zijt gij geschonden! Nu weet ik, wat de liefde doet. Nu weet ik van de zonden: Want geen als gij en geen zoo goed Werd ooit zóó schoon geschonden ...

AGNUS.

Staat gij ons toe eenzelfden weg te gaan En arm, met u, den armen God te jagen?

NORBERT.

Als gij den moed hebt, broeders, toegestaan!

AGNUS.

Om groote winst is klein verlies te wagen.

NORBERT.

Steunt niet op mij: ik ben een brooze stut, Die vele zonden ken en menige schande ...

LEO.

Elk onzer weet, waar hij zijn krachten put.

NORBERT.

De weg is lang, de winter reeds ophanden.

LEO.

De eeuwigheid is langer en de zomer naakt.

Sluiten