Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBËRT VAN GENNEP

De Meester bidt! — Schijnheiligheid genoeg — En vraagt niet of mijn maag om eten vroeg ... Die anderen zijn twee onnoozele schapen Die, droomend van een berg van rijstebrei. Zich hier om leeftocht zitten de vergapen ... Een priester ... nóg een priester ging voorbij...

AGNUS.

Och vader, zie: hoe ziet die broeder gram!

KLERK.

Ik kreeg een aalmoes om wat brood te koopen.

LEO.

Pas op! Pas op! gij mocht u eens verloopen ...

AGNUS.

Den hemel missen om een boterham!

KLERK.

Wat ben ik moe! Wat zijn mijn beenen stram!

LEO.

Vader Norbert! «-» wij zien den hemel open.

NORBERT.

Mijn broedertjes; het is niet iedereen gegeven Het avontuur grootmoedig te beleven; Niet ieder is geschapen om zóó klein En tegelijk zoo groot en na aan God te zijn!

(EEN PRINS EN EEN PRELAAT.) PRINS.

Het schurftige gespuis wordt zóó verwaten

Dat het de deur verspert voor prinsen en prelaten,

Op zij! —

Sluiten