Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

AGNUS.

Door mijne schuld ...

LEO.

door mijne grootste schuld... (BIECHT.)

KARDINAAL. (TOT AGNUS.) Wat doet die daar? ...

AGNUS. Een priester, heer, vervult Zijn plicht en wascht een kinderzieltje rein.

KARDINAAL.

Vanwaar zijt gij?

AGNUS. Van den Beneden-Rijn En na een lange, overzoete reis Nu op den drempel van het paradijs ...

KARDINAAL.

En wie is die?

AGNUS. Een man uit Lotharingen, Een edelman, in staat tot groote dingen! Want, toen hij eens vol roem was en vol lof, Aan Frederiks paleis en Hendriks hof, Heeft hij verzaakt aan have, goed en hope Om naakt den naakten Christus na te loopen! Wij volgden onzen heer door sneeuw en ijs Slechts twee geringen in den wedloop om den prijs Die, niemand te verlaten, niets te geven. De vreugde van Gods kinderen is gebleven In hoop en uitzicht reeds op beter land ... Maar onze Meester is een man van stand En, zoo gij weet, in staat tot groote dingen!

Sluiten