Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ca

EEN PELGRIM OP AARDE

BURCHARD. Een pelgrim? en een vriend op bloote voeten? 'k Wist niet dat ik zoo rijk aan vrienden was; Ik ben benieuwd, die vriendschap te ontmoeten: Laat hem dus in — al komt hij niet van pas ... Het land loopt vol van pelgrims en van dwazen Die, hongerig naar brood, op vriendschap azen...

NORBERT.

Burchard, ik groet je! Doch jij doet niet goed. Nu je met macht en grootheid bent beladen, De kleinen dezer wereld te versmaden...

HUGO.

Verstaat gij, Meester, wat die pelgrim doet?

NORBERT.

Burchard, mijn vriend: ach arme man van aarde

Het is niet goed, dat jij op titels roemt

Die and'ren, aardsch als jij, eens niet aanvaardden...

HUGO.

Verstaat gij. Meester, hoe die man u noemt?

NORBERT.

Burchard, mijn vriend! — verstrikt in vele zaken —

Ben jij zóó blind, dat jij me niet herkent...

Zou dan het kleed den vriend, de vriendschap maken?

Burchard, mijn vriend, ben ik je zóó ontwend?

Ben ik zóó duister dan voor jou geworden.

Zóó dood, zóó ver van hier door dit gewaad?

Door dit gelaat, waarop het vel verdorde?

Door dezen aanblik en door dezen staat?

Burchard, mijn vriend, kwam ik met arme handen,

Op bloote voeten zoo ver van jou af,

Die mij zoo na was eens in mijne schande...?

Sluiten