Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGRIM OP AARDE

HERDER.

Heer pelgrim en heer bisschop, hoort mij aan:

Twee edelen kregen oorlog met elkander

En sloegen, jaar op jaar, den een den ander

Om klein bezit, geen enk'le bloeddrop waard;

Geen smart, geen rampen bleven ons gespaard

Want deez' vijanden waren groote heden

Die zoo hun steden, dorpen en gebieden

Betrokken in een moeielijken strijd.

Wat bloed werd er gestort, wat tranen al geschreid!

Wat al gewonden telden wij en dooden!

Terwijl de vrouwen naar de bergen vloden

In allerijl — de kinderen aan de hand...

Wat al een dorpen werden platgebrand

En hoeveel oogst vertreden op de velden!

Wat tamme kudden moesten het ontgelden,

Van weerszij weggeroofd of afgeslacht!

En daar de oorlog ook den honger bracht

En diè de pest, zijn, die door 't staal niet stierven,

Die met een ratel om de dorpen zwierven

Bij duizenden den dood ten prooi gevallen...

Toen, pelgrim, klonk uw stem om onze stallen

En vonden we als de herders van weleer

De krib, het Kind en ook den vrede weêr...

NORBERT.

Ik ben een pelgrim slechts ... een man van zonden HERDER.

Een vredebrenger zijt gij, ons gezonden;

De herders gaven uwe boodschap door:

Uw stem werd honderd, duizend en werd koor m

Want hoor: uw stem in duizenden verloren.

Omdat voor hen de Vrede is geboren ...

Sluiten