Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

Het Godsrijk heeft thans nood aan sterke zwermen,

Aan groote volken, die met zwaar gezoem

De Kerk bevruchten tot haar verste termen,

En elke bloesem, zoon, en elke bloem;

En die met honing en met werk bezwaard

Weerkeeren naar de overzoete korven.

Waar Christus' wijsheid dik en onbedorven —

En tijd en eeuwigheid ligt opgespaard.

In dezen nood moet gij, met God, voorzien

Of trachten te voorzien door eene Orde ...

NORBERT.

Ik wensch geen stichter en geen abt te wordenl DE PAUS.

Als gij het zijt, komt ook de wensch misschien. De bisschop zelf zal eerst den weg u wijzen Naar hier of daar een woud of eenzaam dal; En hebt ge een plaats gevonden, ga dan reizen, En hebt gij lammeren, bouw dan een stal. En eens de herder van een kleine heerde — Geef hun de wet, die Augustinus leerde — Wordt gij de vader van een groot getal; Want, zooals lammeren elkaar den stal En bijen zich de zoete korven toonen, — Wordt gij vanzelf de Jacob van veel zonen — En de Abraham van een zeer vruchtbaar dal.

NORBERT.

Doch, groote heer, niet voor 'k mijn liefste lam Ten offer bracht — werd ik die Abraham.

Sluiten