Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGRIM OP AARDE

BROEDERS.

Prior, gij waart het niet!

ANDEREN. Het was niet te gelooven!

ANDEREN.

Hij was het niet!! Mijn God wat was ik bang !

PRIOR HUGO. Weer heeft hij ons zijn vijandschap doen gelden Omwille van den vader en uit haat, Die met succes te Antwerpen aan de Schelde De ketterij der Tanchelmieten slaat. Ontrust u niet! Want als gij blijft volharden In tucht en armoede en gebed, Geen Lucifer, — hoezeer hij u verwarde — Die ziel noch lijf met eenig kwaad verlet. Doch waken zult gij, broeders, en als schapen Bij wolfsgehuil saamhouden in den stal, Waarom de wolven waren en nóóit slapen. De herder waakt en Christus bovenal!

DERDE TOONEEL.

NORBERT.

Ik kom om wat geen uitstel meer kan lijden, Mijzelve van een zoeten last bevrijden En van een ambt, waarvoor ik niet kan staan; Want als de pelgrim, kinderen, die moeten reizen

Sluiten