Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NORBERT VAN GENNEP

Waar God hem jaagt en hem den weg wil wijzen, Moet 'k heden nog voorbij en verder gaan ...

BROEDERS. Blijf bij ons, vader, want de nacht viel in.

ANDEREN. De Lucifer der nacht is reeds ontstoken!

NORBERT. Dit is mijn leven, kinderen, en zijn zin Dat ik voorbij moet gaan en word gebroken Gelijk een brood om aller spijs te zijn. De hand, die breekt: ik kan haar niet bevelen En zij weet best het karig brood te deelen, Dat zonder voorkeur is en zonder pijn. .

BROEDERS. Wie zal ons. vaderloozen, voortaan voeden?

NORBERT.

Een, die zéér groot en in uw midden staat, Blijft u tot spijs en u tot toeverlaat Mijn zonen, in het huis van mijn Armoede. Hij zij uw kracht en Zijn gestalte uw maat, Hij is uw Manna tevens en uw Voeder. Want van mijn zoetsten korf is Hij de raat. En van mijn liefsten stal de witte Hoeder. Hij blijft in u, waarin gij leeft en zijt, Want van Zijn stam zijt gij de goede twijgen. Die door de stilten van uw wezen schrijdt En ademt in de diepten van uw zwijgen...

Sluiten