Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PELGRIM OP AARDE

En daar Zijn Wil zich uitstort in een mensch

En door een mensch Zijn Wijsheid en Zijn Vrede,

Wil ik voorzien, mijn kinderen, in uw wensch

En zal een bij u Christus' plaats bekleeden,

In 't huis van mijn Armoede tot den dag,

Dat ik misschien tot u zal wederkeeren.

Hij zal u voorgaan — en met groot gezag.

En gij zult hem in liefde en ootmoed eeren,

Zooals gij mij geëerd hebt, even schoon.

Het is mijn eersteling en lieve zoon.

Dien 'k u tot voedstervader heb verkoren.

Want in den aanvang werd hij mij geboren

Tot deelgenoot van mijne eenzaamheid.

Eenzelfde Geest had mij tot hem geleid

Die hem aan mij heeft broederlijk verbonden;

Eén was ons beider stem en één de konde

En één de liefde, die ons branden deed;

Eén was de weg en in hetzelfde kleed

Hebben wij saam denzelfden last gedragen,

Denzelfden vijand van ons afgeslagen

Denzelfden Christus roekeloos bemind ...

Hij was mijn vader en hij was mijn kind,

Zoo wil ik thans, dat hij, u allen nader —

U als een kind zij en een goede vader

In 't huis van mijn Armoede nu ik ga ...

Ik laat u, Hugo, deez' mijn kinderen na

En met mijn kinderen mijn zegen ....

HUGO.

Zij zullen zwaar op mijne schouders wegen.

NORBERT.

Het juk is zoet, mijn zoon, wanneer het past En licht de last...

Sluiten