Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Aristotelische en Thomistische opvatting, tusschen twee uitersten, een teveel en een teweinig, i.c. tusschen chauvinisme en gebrek aan saamhoorigheidsbesef, het juiste midden. Voorgelicht door de normen van de natuurlijke en bovennatuurlijke moraal en door een juiste opvatting van de verhouding van individu en gemeenschap, kan het zelfs in het deugdleven van den individueelen mensch een belangrijke functie vervullen, omdat 't de beleving van den plicht van vaderlandsliefde tot een hoogeren graad van volmaaktheid in hem opvoert.

Ik zal in een korte redeneering trachten u dat aannemelijk te maken, en tevens pogen aan te toonen, dat het nationalisme alleen uit hoofde van de hier volgende overwegingen gerechtvaardigd kan worden.

Het nationalisme vindt zijn grond in de sociale natuur van den mensch. Immers, de volksgemeenschap, in den haar toekomenden staatsvorm georganiseerd, is na het huisgezin het eerste natuurlijk verband, waartoe de mensch krachtens zijn sociale natuur behoort. De vraag naar het eigenlijke wezen der volksgemeenschap en die naar haar verhouding tot den staat, waarin zij leeft, kan hier gevoeglijk buiten bespreking blijven. Maar het kan m.i. niet worden betwijfeld, dat de mensch van nature deel uitmaakt van een verband, dat primair berust op de gemeenschap van afstamming, lichamelijke en geestelijke eigenschappen, mede door eenzelfde basis van erfelijkheid beïnvloed, van denkvorm, strevingen, taal en cultuur. Dit alles is in zoover alleen in de natuur gegrond, dat 1. iedere mensch feitelijk steeds daarin met anderen gemeenschap heeft, en aan dat verband niet kan ontsnappen, en dat 2. elk van die gemeenschappelijke

Sluiten