Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap de haar toekomende organisatie en uitwendige eenheid verleent, en tot den grond, waar ook onze volksgemeenschap met tal van banden aan is gebonden.

Die genegenheid houdt in, dat men eerlijk en oprecht het welzijn en het waarachtig goed van volks- en staatsgemeenschap wenscht; dat men geneigd is, de bijzondere goederen naar den maatstaf van het nationale welzijn te meten ; dat men naar vermogen wil medewerken aan de ontwikkeling van het gemeenschapsleven, aan de verhooging van het nationale cultuurpeil en de wering van schadelijke invloeden van buiten, aan de ontplooiing van alle in de gemeenschap latente krachten, aan de bevordering der stoffelijke welvaart, aan het hooger opstuwen van eigen volk in de vaart der volkeren, ten slotte aan de handhaving en beveiliging van den staat, die het behoud en de vermeerdering der gemeenschapsgoederen naar behooren verzekert.

Ook de dank aan het verleden is in de vaderlandsliefde verdisconteerd. Want de goederen, waarvan wij de deelname thans aan de gemeenschap danken, zijn voor een groot deel de vrucht van de werkzaamheid van het voorgeslacht, en in de traditie is datgene vastgelegd, wat als een xrrnucc slg asi voor stoffelijk of geestelijk welzijn van de gemeenschap mag gelden. De ware vaderlandsliefde is dan ook met een traditionalisme in den besten zin van het woord ten nauwste verbonden. Wie zijn land en volk liefheeft, zal een levende ontwikkeling der nationale cultuur naar den eisch van den tijd en naar de aanwezige mogelijkheden met vreugde begroeten. Maar hij zal er tevens voor waken, dat hetgeen als waarachtig en blijvend goed eens is verworven, niet door

Sluiten