Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden. Ik noem u vooreerst dien grootsten onder de grooten, Augustinus, heel zijn lange leven diep doordrongen van de macht en grootheid van het Romeinsche Rijk, die in zijn laatste jaren nog door zijn taai verzet tegen de aanrukkende barbaren den titel van d e f e n s o r civitatis, hem door Louis Bertrand toegekend, zoo eervol verdiend heeft. Ik noem u een St. Wenceslas, voorvechter en patroon van de nationale onafhankelijkheid der Tsjechen, een St. Lodewijk, grondlegger van de eenheid van Frankrijk, een Jeanne d'Arc, die door Stemmen van Boven tot de wonderbare verdediging van het Fransche grondgebied werd opgeroepen, een zaligen Nicolaus van Flue, die voor de eerste Zwitsersche eedgenooten de regels opstelde, die hun nationaal bestaan zouden ordenen en bevestigen, een Thomas More, uitbouwer van den nationalen grondslag in het door burgeroorlog verscheurde Engeland, een Catharina van Siëna, die niet van verre en moeilijke reizen terugschrok, wanneer 't gold, den kleinen stadstaat, die haar had afgevaardigd, aanzien en welvaart terug te schenken, ten slotte onder de jongste heiligen : Don Bosco, wien het ideaal van de nationale eenheid en onafhankelijkheid van Italië niet onvereenigbaar leek met den eerbied, aan het opperhoofd der Kerk verschuldigd, en wiens canonisatie dan ook de bezegeling schijnt te zijn van de verzoening tusschen het nieuwe Italië en den Pauselijken Stoel.

Laten we thans tot een meer concrete beschouwing overgaan en ons de vraag stellen, welke houding wij Katholieke Nederlanders in zake het nationalisme, dat wij in abstracto als niet-ongeoorloofd hebben leeren kennen, behooren in te nemen.

Sluiten