Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij dat alles mogen we de beteekenis van de staatsorganisatie voor de nationale goederen niet onderschatten. In den staat der Nederlanden, zooals die historisch gegroeid is uit den vrijheidsoorlog, het Congres van Weenen en de verdragen van 1839, zijn de voorwaarden vervuld, die voor de vrije ontwikkeling van de Nederlandsche cultuur waren vereischt. Het ware nationalisme heeft allereerst binnen de grenzen van dien staat het saamhoorigheidsbesef te versterken, de lengteen dwarsdoorsneden van ons volk te overbruggen en alle volksgenooten aan den opbouw der cultuur gelijkelijk te doen bijdragen. In de mate, waarin ons volk één is in het kader van den staat, die het de noodzakelijke organisatie verleent, zal 't ook sterk zijn naar buiten, en zijn plaats in de grootere gemeenschap der volkeren met eere bekleeden.

Laten we niet vergeten, dat alleen de staatsvorm en het geheel van concrete rechtsregelen, waarin deze is neergelegd, louter positief zijn. De staatsorganisatie zelf berust in haar algemeene gedaante op natuurrechtelijken grondslag : zij wordt door de sociale natuur van den mensch geëischt. En daarom mag pas op de tweede plaats ons nationaal streven uitgaan naar de deelen van ons volk, die door staatkundige grenzen van ons gescheiden zijn. Het welzijn van de gemeenschap, waarmee we door den dubbelen band, van nationaliteit en staat zijn verbonden, gaat vóór het welzijn van de grootere gemeenschap, waarmee enkel de nationaliteit ons verbindt. Wie groot-Nederlander wil heeten, moet eerst in den vollen en waren zin van het woord Nederlander zijn, en hij moet kunnen getuigen, dat hij niets heeft

Sluiten