Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit te zaaien, enz. heeft men uit dergelijke populaties wat men noemt „zuivere lijnen" afgezonderd, waarvan alle individuen in erfelijke eigenschappen gelijk zijn; op deze wijze uitgezochte zuivere lijnen waren in sommige opzichten beter dan de oorspronkelijke populaties.

Bij vegetatief voortgeplante gewassen kan de kweeker een rol spelen, doordat hij een uitgangsmateriaal bezit, dat bijv. niet aan ziekten lijdt. De aardappelkweeker selecteert zijn pootgoed door alleen gezonde planten te oogsten of zieke direct te verwijderen, of wel alleen die velden voor vermeerdering te gebruiken, die slechts uiterst lage ziektepercentages vertoonen. Hier is het de garantie van gezondheid, die het pootgoed van den kweeker bijzondere waarde verleent. Maar in beide gevallen, bij het uitzoeken van zuivere lijnen uit een populatie en bij het onder optimale omstandigheden voortkweeken van een vegetatief voortgeplant gewas, zoodat het gezond blijft, kan van een specifieke verandering geen sprake zijn; uit het reeds bestaande wordt slechts het beste geselecteerd; de grens van het mogelijke is dan ook weldra bereikt.

Bij kruisbestuivende planten vindt tusschen een groep planten, die in eikaars nabijheid groeien, voortdurend vermenging plaats. Hier zijn de afstammelingen van twee planten in sommige opzichten wel, in andere niet gelijk aan elk der ouders. Zoodra de ouders in één of meer genen verschillen, noemt men het nieuwe organisme een kruising of bastaard of hybride. De wetenschap, volgens welke wetten zich de verdeeling der ouderlijke eigenschappen bij de tot stand koming dezer hybriden voltrekt, hebben wij aan den Augustijner monnik Gregor Mendel te danken. Wanneer er tusschen de ouders verschil is in één der erffactoren, kan men t.o.v. de eigenschap, waarin zich die erffactor demonstreert, het resultaat gemakkelijk voorspellen. Zoodra het aantal verschillende erffactoren echter grooter wordt, anders uitgedrukt een grootere heterozygotie optreedt, is het aantal mogelijkheden veel grooter. Men krijgt dan een reeks nieuwe planten, die onderling minder gelijkheid vertoonen, naarmate het aantal verschil opleverende erffactoren toeneemt. Hoe grooter dus het aantal genen is, waarin de ouders verschillen, des te

Sluiten