Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het onderwerp dezer verhandeling hebben wij vooral met diegenen der variaties te doen, die technische waarde bezitten en daarom zullen wij meestal spreken van rassen. Dit is in overeenstemming met de aanduiding der officieele lijsten van waardevolle planten, die elk jaar door het Instituut voor Plantenveredeling te Wageningen gepubliceerd worden en die Rassenlijsten heeten.

De woorden elementaire soort, stam, zuivere lijn, kloon, enz. duiden een aantal aparte gevallen aan, die bij vormen, variëteiten en rassen kunnen voorkomen naarmate van ieders erfelijkheidssituatie, voortplantingswijze, enz. Met die verdere plantkundige indeeling zullen wij in deze verhandeling weinig te maken hebben. Alleen zullen wij af en toe de woorden kloon en lijn gebruiken. Vooral de kloonen spelen een groote rol onder de rassen, waarvoor een waarborg van kweekerseigendom begeerd wordt, daar de individuen van een kloon uitermate uniform zijn en alle zonder uitzondering de gewaardeerde eigenschappen van de oorspronkelijk uitgekozen plant vertoonen.

De studie der plantenveredeling heeft een aanvang genomen in de tweede helft der 19e eeuw en sindsdien is men er in geslaagd van vele gewassen rassen voort te brengen met eigenschappen, die hen aanzienlijk boven de vroegere landrassen in nuttigheid voor den mensch verheffen.

Een nieuw ras van een gewas kan op meerdere wijzen een verhoogde nuttigheid bezitten. In de eerste plaats doordat op dezelfde eenheid van oppervlakte onder dezelfde omstandigheden meer geproduceerd wordt. Voor deze gevallen voorbeelden aan te halen die een onomstootelijke bewijskracht hebben, is niet eenvoudig, daar tegelijk met het gebruik van nieuwe plantenrassen ook verbeteringen in de grondbewerking, in de bemesting, in oogstmethoden en eventueel nog andere oorzaken van invloed geweest kunnen zijn op de produktie en dikwijls ook in werkelijkheid zijn. Alle berekeningen op het gebied der zuivere produktievermeerdering zijn daarom op een gering aantal uitzonderingen na min of meer onzeker. A. Akerman x) berekent, dat de tarwe-

1) Der Züchter, 1931, p. 1.

Sluiten