Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook door particuliere kweekers en door suikermaatschappijen is in deze cultuur kruisingswerk verricht, door slechts zeer enkelen met eenig resultaat, daar ook zij den zelfden weg moeten bewandelen om te bewijzen dat hun produkten de concurrentie met bestaande kloonen kunnen doorstaan. In de laatste jaren hebben dan ook na het eclatante succes van de rietsoort 2878 POJ van het proefstation allen het bijltje er bij neergelegd. Toch hebben de particuliere kweekers aan Java groote diensten bewezen; het feit dat de kweeker van de kloon EK 28 daarvoor niet naar verdienste beloond is, heeft den stoot gegeven tot de instelling eener royalty-regeling voor nieuwe rietkloonen, waarover wij hieronder meer uitvoerig berichten (zie Hoofdstuk IV).

Bij tarwe, als door zaad voortgekweekt gewas, worden twee geschikte ouders uitgezocht en met elkaar gekruist. De uit het zaad verkregen kiemplantjes worden door zelfbestuiving vermeerderd en geven een generatie van ongeveer 400—600 planten. Het aantal hieronder voorkomende typen is afhankelijk van den afstand, waarop genetisch gesproken de ouders van elkaar afstaan. Een ervaren onderzoeker kan op grond van uiterlijke kenteekenen een aantal planten afkeuren; wanneer er bijv. 300 planten overblijven, zal het volgende jaar de nieuwe generatie 300 groepen laten zien, elk met 40 planten. In sommige dezer groepen zullen de individueele planten nog onderlinge verschillen vertoonen, in andere niet. De laatste mogen als „gefixeerd" of homozygoot beschouwd worden, met het risico evenwel, dat een volgende generatie toch plotseling nog verschillen vertoont in de planten ten aanzien van een of ander kenmerk. Ten einde nu niet genoodzaakt te zijn deze 300 X 40= 12000 planten elk voor zich voort te planten wordt nu op het oog een keuze gedaan uit die groepen, die als gefixeerd beschouwd worden; laat ons zeggen dat er op deze wijze 1000 planten overblijven. Dit proces wordt zoo voortgezet tot bijv. in de 8ste generatie op zijn vroegst, maar misschien ook pas in de 15e generatie er een 30-tal cultures over zijn van bijv. 25000 planten elk; deze cultures mogen op het uiterlijk tot op elk kenteeken als gefixeerd beschouwd worden. Maar iederen keer, dat in een cultuur de minste indicatie bespeurd wordt van een eigenschap, waarin twee planten verschillen, moet

Sluiten