Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat met de nieuwe variëteit verkregen wordt. Maar de eerste categorie koopers treedt pas dan op, wanneer de tweede in voldoenden getale aanwezig is en dat is pas dan het geval, wanneer de gunstige eigenschappen der variëteit algemeen erkend worden. Zoo is de kweeker met zijn prijsbepaling „between the devil and the deep sea" en het resultaat is meestal dat hij slechts een uiterst middelmatigen prijs kan bedingen. Een scheiding tusschen de beide groepen koopers te maken en twee prijzen aan te leggen, is niet mogelijk.

Maar hierbij blijft het niet; de positie van den kweeker heeft nog meer nadeelige zijden. Wanneer nl. de nieuwe variëteit zich in een goeden naam verheugt, kan die reputatie gedeeltelijk bedorven worden doordat concurrenten onder denzelfden naam een ander ras verkoopen of wel hetzelfde ras, doch onzuiver door bijmengingen, of hetzelfde ras in slechte kwaliteit (door bijv. zaad te verkoopen met minder kiemkracht of pootgoed met een of andere ziekte). Niets belet in theorie den concurrent om uit denzelfden zak eenige verschillende rassen en kwaliteiten zaaitarwe te verkoopen. Het kan zelfs den kweeker gebeuren, dat nog voor hij een enkele plant of een enkel zaad van zijn nieuwen vorm ter markt gebracht heeft, hem eenig materiaal van zijn vorm ontstolen wordt. Kan hij den dief vinden, dan heeft hij wellicht kans dat deze gestraft en het gestolene teruggegeven wordt, maar wanneer de dader onbekend blijft en kort daarna de nieuwe vorm van den kweeker in den handel gebracht wordt, zal hij moeilijk in staat zijn eenig recht op dien vorm te doen gelden (men zie het proces vermeld te Nice, in Hoofdstuk IV).

Niet voor alle gewassen is de positie van den kweeker dezelfde. Bij kruisbestuivende planten, zooals rogge en bieten blijft de vraag naar het speciale zaad van den kweeker afkomstig bestaan, omdat bij nabouw het zaad niet meer dezelfde kwaliteiten bezit. De kweekers werken dit in de hand, door als handelszaad gemengd zaad te verkoopen, dat niet nagebouwd kan worden zonder nieuwe selectie. Maar bij zelfbestuivers (bijv. erwten) is de nabouw vrijwel even goed als het origineele zaad van den kweeker zelf verkregen; bij vegetatief voortgeplante gewassen (aardappelen) bestaat geen enkel verschil meer tusschen verschillende gene-

Sluiten