Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zich tevreden stelt met een matig bedrag voor licenties, waarbij de groote oppervlakten, waarover de belangrijke rassen in den landbouw verbouwd worden, hem voldoend zullen beloonen. Niets belet den kweekersorganisaties om een centraal lichaam te stichten, dat op geheel dezelfde wijze als de belanghebbenden bij muziekauteursrecht dat doen, een controle uitoefent op het gebruik hunner wettig gedeponeerde merken en op de oppervlakten welke de nabouwers occupeeren met hun gelicentieerden aanplant.'

Voor zoover aan schrijver dezes bekend, heeft tot nu toe geen onzer kweekers er een proefproces aan gewaagd om uit te maken, of inderdaad de burgerlijke rechter hem de bescherming uit art. 1401 B.W. in de geschetste omstandigheden zal verleenen. Geschiedt dit, dan is daarmee voor den geheelen bona-fide 4aadhandel een effectieve bescherming van nieuwe rassen bereikt, terwijl de openlijke aanprijzing van nieuwe rassen onder valschen naam op geheel andere basis komt te staan.

Zooals wij evenwel boven reeds opmerkten, gaan de wenschen der kweekers in de richting eener bescherming zooals de octrooiwet die biedt voor industrieele uitvindingen. Wanneer wij de Nederlandsche Octrooiwet beschouwen, dan blijkt deze in de eerste plaats in de redactie van de artt. 1 en 3 en wellicht ook van art. 4 beletselen te bevatten voor een streven om in de octrooiwet bescherming te vinden voor nieuwe plantenrassen»

Wanneer wij eerst art. 3 der Octrooiwet *) beschouwen en een oogenblik aannemen dat inderdaad een nieuw plantenras iets is, dat met het begrip uitvinding overeenkomt (waarover hieronder meer), dan vinden wij daarin den term „uitkomst". Van Brakel behandelt in Themis, 1922, p. 125 de beteekenis van aezen term en laat zien dat de Octrooiraad, na aanvankelijk hierbij gesproken te hebben van „technisch effect" in verschillende variaties, later in zijn beslissingen hieraan de beteekenis hecht van „practisch resultaat", wat ook overeenkomt met de beteekenis die de Memorie van Toelichting, 1910, p. 39 hieraan toeschrijft!

1) Art. 3 Octrooiwet.

Eene uitvinding is slechts vatbaar voor octrooi, wanneer zij strekt tot verkrijging van eemge uitkomst op het gebied van de nijverheid.

Sluiten