Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door overwegingen van utiliteit zou kunnen worden gemotiveerd beteekent een volkomen doorsnijden van den band met het nauw verwante auteursrecht. Niemand zal toch de stelling voor zijn rekening willen nemen, dat het recht van den auteur in de wetgeving is ingevoerd en gehandhaafd, omdat daardoor de beoefening van kunst en wetenschap wordt bevorderd.

De erkenning van het octrooirecht op grond van het billijkheidsmotief wordt begrepen door iedereen, op grond van het utiliteitsargument slechts door enkelen. Daargelaten de vraag, of het mogelijk is regels van civielrecht in te voeren, welke niet door de belanghebbenden in doorsnee als rechtvaardig worden gevoeld, zou het dwaasheid zijn de oogen te sluiten voor het feit, dat ïechtsregels, welke ingevoerd zijn, met het billijkheidsgevoel van de massa overeenstemmen."

Deze zinsneden zijn naar ons oordeel op de bescherming van den kweekerseigendom evenzeer van toepassing. Of utiliteitsoverwegingen tot die bescherming moeten leiden, zal een betwiste vraag blijven, maar onbetwistbaar is dat het billijkheidsmotief voor de bescherming tot een ieder spreekt.

Mag evenwel het kweekersprodukt als een uitvinding beschouwd worden? Wij moeten ter beantwoording van die vraag naar de definitie van de uitvinding uitzien en merken dan op, dat het positieve recht in de octrooiwet dit begrip niet omschrijft. In de Memorie van Toelichting op de Octrooiwet wordt omtrent dit begrip gezegd: „In geen der bestaande octrooi wetten wordt een voldoende omschrijving van het begrip uitvinding aangetroffen en er zal ook niet getracht worden zoodanige omschrijving in dit wetsontwerp te geven. Al laten zich de kenmerkende elementen van dat begrip niet zonder groote nadeelen in een wettelijke begripsbepaling wringen, die elementen zijn intusschen door de wetenschap en de praktijk der reeds sedert lang bestaande buitenlandsche octrooiwetten voldoende in het licht gesteld."

Die elementen, waarvan hier gesproken wordt, zijn eveneens in de Memorie van Toelichting genoemd in de zinsnede: „Er ligt in de uitvinding een weten, een kunnen en een vooruitgang op het gebied van de aanwending van natuurkrachten". De beide elementen van het „weten" en het „kunnen" op het gebied van de

Sluiten