Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs de tien beste Nederlandsche narcissenkenners te samen zouden niet bij machte zijn dat geheele gebied te overzien: wat wil dan een bureau uitrichten, dat van de narcis eerst nog een elementaire studie zou moeten maken? En ditzelfde geldt voor een gewas als de tulp, waarvan de nieuwighedenproduktie tot Nederland beperkt is. Ook hier zijn slechts zeer ervaren tulpendeskundigen in staat te beoordeelen of een nieuwe aanwinst voor patenteering in aanmerking komt; een niet-deskundige zou eerst na jaren van studie en ervaring daartoe in staat zijn. Want het gaat hier niet om al of niet gemakkelijk te constateeren uitwendige eigenschappen, maar vooral ook om broeigeschiktheid, weerstandsvermogen, eigenschappen van den stengel, enz. die een ervaren vakman terstond opvallen, maar waarvoor een ongeoefend tuinbouwkundig of botanisch ambtenaar geen oog zal hebben, tenzij na jaren van praktische ervaring.

Dergelijke voorbeelden zijn aan eiken tak van tuinbouw te ontleenen; zij zijn geen uitzonderingsgevallen van bijZonder moeilijken aard, maar regel. Dat een patentbureau er zonder deskundige voorlichting in zou slagen, van elk onderdeel bruikbare beschrijvingen van alle cultuurvormen te ontwerpen of te verzamelen en in staat zou zijn zelfstandig daarop voort te bouwen, is „graue Theorie". Alleen de meest ervaren vakmannen op elk gebied zijn, voor zoover hun eigen terrein betreft, daartoe in staat, en ook zij zullen zelfs nog wel eens mistasten.

Dr. Bos x) acht in den begin deskundige voorlichting van de praktijk onontbeerlijk. Zal het bureau het later buiten voorlichting kunnen stellen? Indien het mogelijk ware voor elk plantengeslacht dat in aanmerking komt, een bepaalden ambtenaar aan te wijzen, die zich gedurende eenige jaren geheel op dat gewas concentreerde is het zeker niet uitgesloten dat hij de routine van een juisten kijk op nieuwigheden van dat bepaalde geslacht zou verwerven. Men zou dan echter een zeer groot aantal ambtenaren aan dat bureau moeten verbinden, die vermoedelijk juist als zij zich eenigszins in hun werkzaamheden hadden ingewerkt, in de termen zouden vallen voor hoogere betrekkingen om hun positie te verbeteren. Daarom lijkt een eenigermate bevredigende werking van een officieel

1) Voorstander van bescherming blijkens een aantal artikelen van zijn hand in Floralia, 1920, Nos. 14—18.

Sluiten