Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

West-Europa tenminste voor een aantal landbouwgewassen bezitten een rassenarchief met nauwkeurige beschrijvingen; herbariummateriaal van bloemen en bladen; photo's van den habitus der planten in verschillende stadia van ontwikkeling; afbeeldingen in kleuren der plant en van haar deelen, als knollen, bladen, bloemen; verder planten en plantendeelen in geconserveerden toestand; coupes voor microscopisch onderzoek. Het materiaal in dit archief zal in ieder geval steeds authentiek zijn, zoodat men tenminste zeker is, waarmee men vergelijkt. Maar in hoeverre zal het compleet zijn; zal men er in slagen met de West-Europeesche staten tot ruiling te komen en ook met de Vereenigde Staten? Voor een werkelijk eenigszins compleet archief van dien aard is een zoo groote internationale samenwerking noodig, dat bijv. de suikerindustrie op Java, die toch al sinds zooveel jaren een levend museum van suikerrietkloonen aanhoudt, in geenen deele zich er op beroemen kan, de compleetheid te naderen. Zoo klaagt de directeur van het suikerproefstation (Jaarverslag 1928, p. 87), dat de in West-Indië met veel succes aangeplante kloonen BH (10) 12 en SC (4) 12 in dat jaar nog niet in de collecties aanwezig zijn. In het Jaarverslag 1929 (p. 101) van die instelling wordt de ontvangst van 81 nieuwe kloonen vermeld. Wanneer dat de toestand is bij een tak van landbouw, welke sinds bijna een halve eeuw wetenschappelijk voorgelicht wordt, hoe is het dan bij andere met de kennis van de rassen, welke elders in de wereld verbouwd worden?

In zeer weinig gevallen zal men naast het materiaal in zijn rassenarchief ook beschikken over herkenningsmethoden, welke objectief werken als het chemische reagens bij chemische verbindingen. Bij enkele gewassen zijn van dergelijke methoden de beginselen aanwezig, zooals bijv. de methode der herkenning van Hevea-kloonen door een kleurmethode der latex; van de aardappels door de lichtkiemmethode; bij de citrus de determinatie van den onderstam langs chemischen weg. Bij de methode tot herkenning van de Hevea-kloonen wordt calciumchloride aan de latex toegevoegd, waarop dan verschillende kleuren ontstaan door de aanwezigheid van enzymen.*) Ook de snelheid van het

') W. Bobilioff in het Archief voor de Rubbercultuur, 1931, p. 289.

Sluiten