Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ist heutzutage meistens nicht mit einiger Sicherheit zu treffen.

Sinds 1916 heeft de wetenschap niet gerust; Zijlstra stelt de beschrijvingen in het handboek van Werner-Körnicke op één lijn met „Handelskatalogbeschreibungen", doch sindsdien zijn nieuwere en betere boeken verschenen, die aan hoogere eischen voldoen (bijv. voor tarwe het boek van Percival, The Wheat Plant, 1921). En dat is het geval met vele cultuurgewassen; in de twee laatste decennia is in vele landbouwgewassen inderdaad hard gestudeerd. Maar „jahrein, jahraus sendet man neue Rassen in die Welt, von welchen gewöhnlich nicht viel mehr als den Namen mitgeteilt wird."

Op de meest verscheiden plaatsen kan men bewijzen aantreffen hoe moeilijk het ook voor vakgeleerden is om plantensoorten te onderscheiden. In het „Verslag over 1930 van het proefveld voor geneeskruiden van de Nederl. Vereeniging voor Geneeskruidtuinen", uitgebracht door Prof. W. C. de Graaff, leest men:

„De kweekproeven met verschillende soorten van het geslacht Digitalis hadden ten gevolge, dat op grond van de uit zaad, afkomstig uit verschillende botanische tuinen verkregen planten, twijfel werd verwekt aan de identiteit van het materiaal.... het resultaat van een onderzoek bleek dat die twijfel gegrond was. Men schijnt het in de botanische tuinen niet zoo nauw met de determinatie te nemen, of wel, men schijnt de soorten onvoldoende te kennen."

F. L. Engledow en S. M. Wadham (Investigations on yield in the cereals, Journal of Agric. Science, Vol. 13, 1923, p. 402) zijn eveneens van oordeel, dat er in twijfelachtige gevallen geen methoden van identificatie bestaan:

„A farmer may try a form of wheat and finding it of no use to him, give it up; then five years later he is persuaded to buy it under a new name and to bear, once more, the expense of testing it. In some cases dishonesty and in some error is responsible for the creation of synonyms but at present no meth'ods exist for positively testing doubtful cases."

Sluiten