Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de suikerindustrie op Java en die behandeld is in Hoofdstuk IV. De verplichting voor den kweeker om zijn ras te laten registreeren bij het daarvoor aangewezen instituut zou het oogenblik vastleggen, waarop het ras in de praktijk komt; dit kan op een vrij vroeg tijdstip plaats vinden, omdat de formaliteiten daarvoor vrij eenvoudig kunnen zijn. Vanaf dat oogenblik heeft men slechts in de statistieken na te cijferen, hoeveel hectaren met de soort beplant zijn.

C. Broekema, de directeur van het Instituut voor Plantenveredeling berekent in het Landbouwkundig Tijdschrift 1930, p. 209 naar gegevens afkomstig van de Directie van den Landbouw, dat op 126.000 ha in ons land in 1929 verbouwde aardappelen 82.000 ha met rassen beplant waren afkomstig van den kweeker Veenhuizen en 9.000 van andere Nederlandsche kweekers; verder dat 23.000 ha van buitenlandsche en onbekende kweekers en 11.000 ha van onbekende herkomst waren. Wanneer men nu overeenkomen zou, om aan den kweeker van elk ras, dat het tot meer dan 2000 ha brengt gedurende een aantal jaren een premie te betalen van ƒ 0,25 per ha, dan zou aan Nederlandsche kweekers in dat jaar ± ƒ 27.275 aan premies betaald zijn, waarvan alleen aan Veenhuizen ± ƒ 20.250 en aan buitenlandsche kweekers ± ƒ 5.400. Het zou dan verreweg het eenvoudigst zijn dergelijke bedragen niet van de betreffende landbouwers te innen, daar immers de perceptiekosten onevenredig hoog zouden zijn, maar bijv. een gering deel van de grondbelasting hiervoor af te zonderen en te storten in een fonds, door een speciale commissie van deskundigen te beheeren. Het nationaal belang is hier zoo groot, de last zoo gering, en de belangen van andere grondeigenaars en grondgebruikers zoo verweven met die der landbouwers, dat er o.i. geen bezwaar bestaat ook groepen zonder rechtstreeksch belang hieraan te doen meebetalen. Het denkbeeld is in Bijlage 2) zeer voorloopig ontwikkeld.

Dergelijk denkbeeld is niet nieuw en ook reeds elders gepropageerd om de moeilijkheden te ontgaan, welke de bescherming op andere wijze meebrengt. Zoo schrijft Francesco Todaro, Directeur de 1'Institut de Céréaliculture te Bologna in een artikel „Le Problème législatif de 1'application des Brevets aux nouvelles

Sluiten