Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder zijn uitgesloten de „tuber-propagated plants", waarbij „tuber" opgevat moet worden als een kort, verdikt gedeelte van een onderaardschen stengel; bollen, wortelstokken, uitloopers vallen niet onder het begrip „tuber". De Toelichting op de wet deelt mee dat deze uitzondering feitelijk slechts betreft de aardappel en de Jeruzalem-artisjok (Helianthus tuberosus, een zonnebloem met eetbare onderaardsche knollen) en dat zij gemaakt is omdat slechts deze groep onder de ongeslachtelijk voortgeplante gewassen door hetzelfde deel wordt voortgeplant, dat ook als voedsel dient.

De houder van het octrooi heeft 17 jaar lang het uitsluitend recht om de betreffende plant ongeslachtelijk voort te kweeken. Een octrooi wordt slechts verleend als de nieuwe vorm „te onderscheiden (distinct) is van reeds bestaande en het is niet van belang of de onderscheidingskenmerken naar het oordeel van het Patent Office den vorm boven de bestaande preferabel maken of niet. Dergelijke onderscheidingskenmerken zijn bijv. de habitus; immuniteit tegen ziekten; weerstandsvermogen tegen vorst, droogte, hitte, wind; de kleur van bloem, blad, stengel of vrucht; geur; productiviteit; houdbaarheid; reuk, vorm; gemakkelijke geslachtelijke voortplanting, etc. Of de verschillen ten opzichte van bestaande vormen voldoende zijn, zal het Patent Office moeten uitmaken, dat hierbij de hulp van het Departement van Landbouw kan inroepen.

De geheele wet draagt een sterk dilettantisch karakter. Het Journal of Heredity (1930, p. 361) drukt dit uit op de volgende wijze: „The foregoing Committee Report will give breeders and botanists an inkling of the lack of knowledge in legal circles regarding the biological problems which will have to be met in the working out of the law. Botanists have been discussing for years the similarities and differences between mutants and sports and it comes as something of a shock to learn that a mutant results „from seedling variation by self-pollenization of species". Granting that the botanist is able to form any conception of the meaning of the phrase „self-pollenization of species" he must be amazed to think that he and his fellows have been puzzled for so long by a process so simple! Reading further he must

Sluiten