Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgegeven reden, dat de zaden van een plant slechts voor een deel voor voortplanting, veel meer evenwel voor consumptieve doeleinden dienen, wordt zinloos, wanneer men bedenkt, dat bij vele der ongeslachtelijk voortgeplante soorten het materiaal dat verkocht wordt de plant zelf is, precies zoo geschikt voor voortplanting als het zaad. De uitsluiting van de door zaad voortgeplante gewassen doet het nut dat men van de wet verwacht voor den landbouw wel problematisch schijnen.

Nu evenwel de octrooieering mogelijk is geworden door een ondoordachte wetgeving, worden van juridische zijde tal van vragen opgeworpen, die de wet geen van alle voorzien heeft. Zal een plantenoctrooi zijn eigenaar het recht geven om anderen te beletten bloemen, of vruchten van die plant te importeeren of er in te handelen? Dit geval kan zich voordoen, wanneer een kooper met zijn plant bijv. naar Canada is verhuisd en vandaar bijv. appels gaat verkoopen naar de U.S.A. afkomstig van boomen, in Canada vermeerderd. Wanneer A een stuk land bezit, waarop B een roos plant en C vindt een knopvariant in die roos, wie is dan de octrooi-gerechtigde? Volgens vaststaande rechtsregels is A de eigenaar van de roos, maar hij is niet degeen, die zich „inventor or discover er" van de plant mag noemen. Een hiermee te vergelijken geval heeft zich reeds voorgedaan bij de York Imperial appel, een zaailing, die in een heg gevonden is, maar niet op het land van den kweeker, die den appel daarna vermeerderde. Wanneer iemand een nieuwen pi antenvorm octrooieert en dan weigert een dergelijke plant in het verkeer te brengen, of wanneer zijn eigen plant sterft, nadat hij er reeds afstammelingen van verkocht heeft, wat geschiedt dan met zijn octrooi?

Een andere van meer zijden gemaakte opmerking is dat de in de octrooien opgenomen beschrijving hoe de kweeker de nieuwe vorm gewonnen heeft, meermalen weggelaten wordt of irrelevante, dwaze of valsche gegevens bevat. De redacteur van het Journal of Heredity, Robert Cook, heeft over dit punt een schrijven gericht tot den Commissioner of Patents (Journal of Heredity, 1932, p. 49) wat evenwel tot heden onbeantwoord gebleven is. Hij haalt voorbeelden aan, waarvan wij een enkel (uit Plant Patent No. 21) met zijn critiek overnemen: „My new

Sluiten